Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2023) 1955
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2023/0397/AT
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20231955.NL
1. MSG 001 IND 2023 0397 AT NL 29-06-2023 AT NOTIF
2. Austria
3A. Bundesministerium für Arbeit und Wirtschaft
Abteilung V/8
A-1010 Wien, Stubenring 1
Telefon +43-1/71100-805433
E-Mail: not9834@bmaw.gv.at
3B. Magistrat der Stadt Wien
Magistratsabteilung 20 - Energieplanung
A-1010 Wien, Rathausstraße 14-16
Telefon: +43-1/4000-88305
Fax: +43 1 4000 88304
E-Mail: post@ma20.wien.gv.at
4. 2023/0397/AT - B00 - Construction
5. Verordening van de gemeenteraad van Wenen tot vaststelling van een ruimtelijk energieplan voor het 15e district
6. Verwarmingssystemen in nieuwe gebouwen
Planning van verwarmingssystemen in nieuwe gebouwen
Aanleg en planning van leidinginfrastructuur voor warmtevoorziening
7.
8. Met de wijziging van de Weense Bouwwet eind 2018 (Provinciaal staatsblad nr. 69/2018) is een instrument ingevoerd in de vorm van het Ruimtelijke energieplan, dat het mogelijk maakt het gebruik van energiebronnen voor de levering van ruimteverwarming en warm water in nieuwe gebouwen doelgericht en duurzaam te controleren.
De verordening is een verordening onder de Weense Bouwwet en wordt naast de Bouwverordening gehandhaafd. Het wordt voor elk gemeentelijk district afzonderlijk vastgesteld.
Daarin is bepaald dat, wanneer stadsverwarming beschikbaar is, dit of een ander zeer efficiënt alternatief systeem overeenkomstig artikel 118, lid 3, van de Weense Bouwwet dient te worden gebruikt. Als gevolg hiervan is aardgas niet langer toegestaan in nieuwe gebouwen in deze gebieden voor ruimteverwarming en warm water.
De plansupplementen zijn beschikbaar tijdens de kennisgevingsprocedure via de volgende link:
https://www.wien.gv.at/stadtentwicklung/energie/erp/aktuell.html
NB: Tussen 2020 en eind 2022 zijn al negentien ruimtelijke energieplannen aangemeld.
9. Het Europees Parlement stemde op 4 oktober 2016 voor de ratificatie door de EU van het klimaatakkoord van de VN, na de goedkeuring door de Raad van Ministers op 30 september. De ratificatie door de EU heeft de weg vrijgemaakt voor de eerste universele, juridisch bindende mondiale klimaatbeschermingsovereenkomst, die op 4 november 2016 in werking trad.
De doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden Celsius op de lange termijn betekent dat het hele energiesysteem koolstofvrij dient te worden gemaakt en dat de fossiele brandstoffen tegen 2050 volledig dienen te worden afgeschaft.
De decarbonisatie van de markt voor ruimteverwarming
Dit vereist ook grote veranderingen in de ruimteverwarmingssector, die nog steeds sterk afhankelijk is van fossiele verwarmingssystemen. Veel aardgasverwarmingssystemen worden nog steeds ingezet in nieuwe gebouwen. Olieverwarmingssystemen zijn al verboden in nieuwe gebouwen in Oostenrijk door de federale wet (Ölkesseleinbauverbotsgesetz [Wet op het verbieden van oliegestookte ketelinstallatie] - ÖKEVG 2019 (965/A)).
De markt voor ruimteverwarming beweegt zich langzaam. Ketels hebben een gemiddelde levensduur van 20 tot 25 jaar, met veel gasgestookte ketels en kachels in bedrijf voor 30 jaar of langer. Een volledige uitfasering van fossiele brandstoffen in deze markt is dus alleen mogelijk op de lange termijn. Een consistente transitie vereist meerdere stappen, te beginnen met specifieke criteria voor nieuwe gebouwen.
De ruimteverwarmingssector beschikt al over een aantal technologisch en commercieel ontwikkelde alternatieven voor fossiele verwarmingssystemen die al enige tijd bestaan. Ook in Wenen heeft het financieringsbeleid de afgelopen jaren al met succes het gebruik van verwarmingssystemen op basis van hernieuwbare energiebronnen en stadsverwarming bevorderd. Zo worden de meeste nieuwe gebouwen al jaren verwarmd met warmtepompen of stadsverwarming (er is een plan voor decarbonisatie tegen 2040 ontwikkeld, bedoeld om de naleving van de klimaatdoelstellingen te waarborgen en ook rekening te houden met de ontwikkelingen die binnen de EU-emissiehandel te verwachten zijn) en, in uitzonderlijke gevallen, met houtpellets. Uit statistieken blijkt bijvoorbeeld al dat meer dan 40 % van de huishoudens en bedrijfsgebouwen in Wenen al gebruik maakt van deze klimaatvriendelijke verwarmingssystemen.
Technische en economische alternatieven voor aardgasverwarming in nieuwe gebouwen:
Verordeningen zoals de nu vastgestelde ruimtelijke energieplannen vereisen dat er technische en economische alternatieven voor verwarmingssystemen op basis van fossiele brandstoffen (gasverwarmingssystemen) beschikbaar zijn om in overeenstemming te zijn met de EU-richtlijn energieprestatie van gebouwen. Een begeleidend rapport in opdracht van de stad Wenen (vóór de huidige “gasprijscrisis”) toonde de economische levensvatbaarheid van hernieuwbare oplossingen op basis van warmtepompen die in de hele stad kunnen worden gebruikt. Dit schept de noodzakelijke voorwaarden om het aandeel van verwarmingssystemen op fossiele brandstoffen in nieuwe gebouwen te verminderen overeenkomstig de EU-richtlijn energieprestatie van gebouwen en de Oostenrijkse nationale omzetting ervan.
Rekening houdend met de economische situatie van zeer efficiënte alternatieve warmtevoorzieningssystemen in nieuwe gebouwen, zoals hierboven beschreven, kan worden aangenomen dat er sprake is van een ongekwalificeerd openbaar belang bij het uitbannen van het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarmings- en waterverwarmingssystemen in alle situaties waarin ten minste twee zeer efficiënte alternatieve systemen beschikbaar zijn die voldoen aan de EU-richtlijn energieprestatie van gebouwen. Dit geldt voor de gebieden die in de ruimtelijke energieplannen zijn aangegeven.
Het doel is de verwezenlijking van klimaat- en energiedoelstellingen te ondersteunen, met name wat betreft het koolstofvrij maken van de warmtevoorziening in de nieuwe gebouwen. Daarnaast wordt begonnen met de rationele ontvlechting van de pijpleidinginfrastructuur (stadsverwarming en gas) – ook om kostenredenen – en zo wordt de planningszekerheid voor investeerders gewaarborgd.
Nationale verantwoordelijkheid
In tegenstelling tot installaties in die sectoren die binnen het toepassingsgebied van de EU-emissiehandel vallen, zijn de lidstaten verantwoordelijk voor de vermindering van de CO2-emissies van verwarmingsinstallaties in gebouwen. Door ruimtelijke energieplannen vast te stellen, richt men zich op het verminderen van deze emissies en zodoende op het bijdragen tot de verwezenlijking van de Oostenrijkse CO2-reductiedoelstelling overeenkomstig de EU-verordening inzake de verdeling van de inspanningen.
Samenvatting
Het Klimaatbeschermingsakkoord van Parijs vereist een geleidelijke afschaffing van fossiele brandstoffen tegen 2050. De Oostenrijkse Federale regering en de Weense provinciale regering streven naar “klimaatneutraliteit” tegen 2040. Dit vereist onder meer de volledige vervanging van fossiele brandstoffen voor ruimteverwarming en warm water in gebouwen. Als eerste stap sluiten de door Wenen vastgestelde ruimtelijke energieplannen de installatie van fossiele verwarmingssystemen in nieuwe gebouwen uit wanneer het nieuwe gebouw kan worden aangesloten op stadsverwarming en er ten minste één ander zeer efficiënt, alternatief verwarmingssysteem mogelijk is. Voorlopige studies hebben aangetoond dat het beperken van de keuze van verwarming tot niet-fossiele systemen technologisch en economisch redelijk is.
Gezien de lange levensduur van verwarmingssystemen en de urgentie van de “doelstellingen inzake klimaatneutraliteit” bieden maatregelen ter beperking van het gebruik van fossiele verwarmingssystemen in nieuwe gebouwen geen alternatief. Het vervangen of aanpassen van bestaande systemen van dat type wordt momenteel niet geregeld in de ruimtelijke energieplannen. (De verordeningen betreffende de verordeningen inzake ruimtelijke energieplannen zullen echter ook ervaring opleveren die nuttig kan zijn voor de mogelijke uitbreiding van dit rechtsinstrument voor de regulering van verwarmingssystemen in bestaande gebouwen.)
De huidige verordening wordt uitgebreid voor elk afzonderlijk gemeentelijk district om het hele stadsgebied op gelijke basis te bestrijken. Voor in totaal dertien Weense districten is reeds een ruimtelijk energieplan aangemeld en goedgekeurd op districtsniveau. Deze verordeningen zijn reeds in werking getreden en zijn reeds in kennis gesteld.
10. Verwijzing naar basisteksten:
B-2023-0397-DE-01
11. Geen
12.
13. Geen
14. No
15. Yes
16.
TBT-aspect: No
SPS-aspect: No
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu