Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2016) 01768
Richtlijn (EU) 2015/1535
Notificación - Oznámení - Notifikation - Notifizierung - Teavitamine - Γνωστοποίηση - Notification - Notification - Notifica - Pieteikums - Pranešimas - Bejelentés - Notifika - Kennisgeving - Zawiadomienie - Notificação - Hlásenie-Obvestilo - Ilmoitus - Anmälan - Нотификация : 2016/0283/B - Notificare.
No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.
(MSG: 201601768.NL)
1. MSG 001 IND 2016 0283 B NL 16-06-2016 B NOTIF
2. B
3A. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst Normalisatie en Competitiviteit - BELNotif
NG III – 2de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
Tel: 02/277.53.36
belspoc@economie.fgov.be
3B. Vlaams Energieagentschap
Koning Albert II-laan, 20 bus 17
B - 1000 Brussel
Tel: 02 553 46 00
michael.mestrom@vea.be
4. 2016/0283/B - B10
5. - Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft aanpassingen aan diverse bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving;
- bijlage 1 (ter vervanging van bijlage V – Bepalingsmethode EPW);
- bijlage 2 (ter vervanging van bijlage VI – EPN methode);
- bijlage 3 (ter vervanging van bijlage VII - Maximaal toelaatbare U-waarden of minimaal te realiseren R-waarden), en
- bijlage 4 (toevoeging van bijlage XIII: berekening van het S-peil en van de noemer van het E-peil voor residentiële gebouwen).
6. De Europese richtlijn betreffende energieprestaties van gebouwen (EPBD 2010/31/EU) verplicht dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen bijna-energieneutraal (BEN) zijn. Die doelstelling werd in 2014 vastgelegd in het Energiebesluit. Het VEA startte in 2015 het proces voor het opmaken van de vierde EPB-evaluatie. De vierde evaluatie van de energieprestatieregelgeving kijkt niet enkel naar de ervaringen in bijna tien jaar EPB-eisen sinds 2006, maar blikt vooral vooruit naar de doelstelling om vanaf 2021 enkel bijna-energieneutrale (BEN) nieuwe gebouwen te bouwen. In de EPB-evaluatie 2015 onderzocht het VEA of de verschillende domeinen van de energieprestatieregelgeving (eisen, methodiek, procedures) klaar zijn voor BEN-gebouwen. Het baseerde zich hierbij op de resultaten van een aantal beleidsvoorbereidende studies en overleg met de sector. Het ontwerp van de evaluatienota werd in oktober 2015 voorgelegd aan de betrokken stakeholders voor feedback.
Het stapsgewijs verstrengen van de EPB-eisen zorgt ervoor dat nieuwe gebouwen steeds energiezuiniger worden. Daarbij worden meer en meer innovatieve technieken en materialen gebruikt. Omdat de eisen scherper worden, besteedt de sector meer aandacht aan de berekening van de energieprestatie van gebouwen. Er is een verfijnde rekenmethodiek nodig om de energieprestatie van BEN-gebouwen adequaat en gedetailleerd te kunnen berekenen.
Om te komen tot BEN-gebouwen in 2021 zijn een doordacht EPB-eisenpakket, een gepast eisenniveau en een stapsgewijs aanscherpingspad nodig. Om te garanderen dat de vooropgestelde eisen haalbaar en betaalbaar blijven, liet het VEA in 2014- 2015 de verhouding van de huidige en de geplande EPB-eisen voor nieuwe en gerenoveerde woongebouwen, kantoren en scholen tot de kostenoptimale energieprestatieniveaus onderzoeken. Een analyse van het huidige EPB-eisenpakket leert dat de netto-energiebehoefte voor ruimteverwarming (NEBrv) en het globale isolatiepeil (K-peil) een aantal tekortkomingen kennen.
De aan het Energiebesluit door te voeren wijzigingen worden in twee gesplitst. Het ontwerp van besluit betreft de wijzigingen die meteen kunnen worden doorgevoerd. Andere wijzigingen waarvoor eerst nog decretaal via een ontwerp van decreet in de nodige rechtsgrond moet worden voorzien, zullen opgenomen worden in een wijzigingsbesluit in 2017, samen met de methodewijzigingen 2018.
De voorgestelde wijzigingen beogen de volgende doelstellingen :
- het aanscherpingspad voor de volgende jaren vastleggen voor de EPB-eisen voor niet-residentiële gebouwen;
- wijzigingen doorvoeren in het EPB-eisenpakket voor residentiële gebouwen;
- de berekeningsmethodiek aanpassen aan de bevindingen van de evaluatie.
7. -
8. Artikel 26 (betreft wijzigingen aan bijlage V)
Het stapsgewijs verstrengen van de EPB-eisen zorgt ervoor dat nieuwe gebouwen steeds energiezuiniger worden. Daarbij worden meer en meer innovatieve technieken en materialen gebruikt. Omdat de eisen scherper worden, besteedt de sector meer aandacht aan de berekening van de energieprestatie van gebouwen. Er is een verfijnde rekenmethodiek nodig om de energieprestatie van BEN-gebouwen adequaat en gedetailleerd te kunnen berekenen.
Het verbeteren van de rekenmethodiek is een taak voor het EPB-platform. Het EPB-platform is een overlegplatform tussen de 3 gewesten over de EPB-berekeningsmethode. Sinds april 2014 krijgt het EPB-platform de ondersteuning van een consortium van wetenschappelijke partners. Door de opstart van de ondersteuning door het EPB-consortium, gaan de aanpassingen aan de rekenmethode sneller dan vroeger.
De resultaten van een aantal studies die in 2015 door het EPB-consortium werden afgerond, zullen leiden tot aanpassingen aan de rekenmethodiek die van kracht worden vanaf 1 januari 2017. Het betreft volgende wijzigingen voor bijlage V (EPW-eenheden):
- herziening methode voor preferente en niet-preferente opwekkers voor verwarming;
- hulpenergieverbruik op basis van reële productgegevens;
- herziening systeemrendement voor warm tapwater;
- andere tappunten op circulatieleiding ook in rekening brengen.
Artikel 27 (betreft wijzigingen aan bijlage VI)
De resultaten van een aantal studies die in 2015 door het EPB-consortium werden afgerond, zullen leiden tot aanpassingen aan de rekenmethodiek die van kracht worden vanaf 1 januari 2017. Het betreft volgende wijzigingen voor bijlage VI (EPN-eenheden):
- herziening methode voor preferente en niet-preferente opwekkers voor verwarming;
- hulpenergieverbruik op basis van reële productgegevens;
- andere tappunten op circulatieleiding ook in rekening brengen;
- herziening methode voor koeling.
Artikel 28 (betreft wijzigingen aan bijlage VII)
Het ontwerp van wijzigingsbesluit voorziet een behoud van de huidige maximale U-waarden, met uitzondering van het eisenniveau van muren tussen aparte wooneenheden, tussen wooneenheden en gemeenschappelijk ruimten én tussen wooneenheden en ruimten met een niet-residentiële bestemming. Voor dat type constructies wordt een verstrenging van de maximale U-waarde tot 0,6 W/m²K vanaf 2018 voorzien. Op die manier moeten scheidingsconstructies tussen 2 entiteiten binnen hetzelfde gebouw en scheidingsconstructies tussen 2 entiteiten/ gebouwen op aangrenzende percelen, aan dezelfde eis voldoen. De aangescherpte U-waarde sluit aan bij de aanname gebruikt in de studie eisenpakket voor het bepalen van het eisenniveau van het nieuwe S-peil. Door de aangescherpte eis wordt de bouwheer behoed voor een te grote invloed van deze verliezen op het S-peil en het aangepaste E-peil. De beperkte transmissieverliezen naar aangrenzende verwarmde ruimtes worden in het S-peil immers meegerekend
De aangescherpte U-waarde sluit bovendien aan bij de gebouwde realiteit. Uit een analyse van de ingediende EPB-aangiftes in de energieprestatiedatabank blijkt dat meer dan 60% van dergelijke constructies voor vergunningen aangevraagd in 2013, reeds voldoet aan de strengere eis 0,60 W/m².K. De impact op de bouwkost of de uitvoering van deze aanscherping is daarom beperkt.
Artikel 29, 1°. (betreffende wijzigingen aan bijlage IX)
In Bijlage X: 'Ventilatievoorzieningen in niet-residentiële gebouwen' van het Energiebesluit is heel duidelijk geformuleerd hoe de debietscapaciteit van een spleet onder de deur (als doorstroomopening) wordt bepaald. De rekenregel is gedefinieerd als “ 0,36 m³.h-1 per cm² spleet voor een drukverschil van 2 Pa”. Dat betekent dat een spleet onder de deur met een oppervlakte van 70 cm² een debiet doorlaat van 25,2 m³/h.
In Bijlage IX: 'Ventilatievoorzieningen in woongebouwen' van het Energiebesluit staat die rekenregel niet expliciet vermeld. De Belgische ventilatienorm NBN D50-001, waarnaar wordt verwezen, stelt in Tabel 2 dat een doorstroomopening van minstens 70 cm² een debiet levert van 25 m³/h. De formulering ‘van minstens 70 cm²’ duidt op een vuistregel, Het spreekt voor zich dat de rekenregel voor doorstroomopeningen in niet-residentiële gebouwen ook geldt voor woongebouwen. Om dat te verduidelijken, wordt de formulering expliciet opgenomen in Bijlage IX: 'Ventilatievoorzieningen in woongebouwen'.
Artikel 29, 2°. (betreffende wijzigingen aan bijlage IX)
In het ministerieel besluit van 2 april 2007, betreffende de vastlegging van de vorm en de inhoud van de EPB-aangifte en het model van het energieprestatiecertificaat bij de bouw, is in artikel 1 bis een punt 6° vermeld: Vanaf 1 januari 2016 wordt voor stedenbouwkundige vergunningsaanvragen voor nieuwe EPW-eenheden en de ingrijpende energetische renovatie van EPW-eenheden verplicht dat een prestatieverslag worden opgemaakt, conform de STS-P 73-1 en haar informatieve bijlagen en het STS-werkgroepdocument prestatieverslag. Het toegevoegde punt 6° beschrijft de verplichte rapportering van de EPB-gerelateerde prestaties van de ventilatie-installatie uit dat prestatieverslag in de EPB-aangifte.
Dat prestatieverslag is een neerslag van alle prestaties van de afgewerkte ventilatie-installatie, en kan berekeningen, observaties en metingen bevatten. De STS-P 73-1 beschrijft ook de diverse bepalingsmethodes van product- en systeemprestaties in de informatieve bijlage 5.3 en 5.4. De studie gaf de aanbeveling om alle prestaties van een ventilatie-installatie te tonen. Naast de EPB-gerelateerde prestaties van de installatie, zijn immers ook andere prestaties van belang, zoals akoestische prestaties, prestaties met betrekking tot de interactie van de ventilatie-installatie met andere installaties (bv. verwarmingsinstallaties, dampkap …), luchtfiltering … Als de installatie op die punten niet voldoende presteert, riskeert het gebruik en de volledige kwaliteit van de installatie in het gedrang te komen.
Om de aandacht voor ontwerp, uitvoering … van ventilatiesystemen te vergroten en de kwaliteit ervan te verhogen, wordt vereist dat de prestaties van elk ventilatiesysteem worden bepaald via het kwaliteitskader en de kwaliteit ervan getoond wordt in het prestatieverslag. Het prestatieverslag omvat onder meer de prestaties van de natuurlijke toe- of afvoerroosters en de gemeten debieten bij systeem B, C of D. Als de prestaties niet volgens het kwaliteitskader zijn bepaald, en er geen prestatieverslag wordt opgemaakt, worden de prestaties beschouwd als ‘niet gekend’, wat tot gevolg heeft dat alle hygiënische ventilatiedebieten (dus alle toevoer-, doorstroom- en afvoerdebieten) als 0,000 m³/h worden gerapporteerd.
Punt 6 uit bijlage IX wordt genuanceerd voor renovaties. Bij nieuwbouw (of gelijkaardige aard van werken …) geldt "Als ventilatiesystemen van een verschillend type (A, B, C, D) worden gecombineerd binnen de residentiële delen van dezelfde wooneenheid, wordt alleen het debiet van het preferent systeem in rekening gebracht voor het behalen van de minimaal vereiste debieten. Daarbij wordt het ventilatiesysteem dat het grootste aandeel van het minimaal vereiste debiet levert als het preferent systeem beschouwd."
De praktijk wijst uit dat die bepaling in bepaalde renovatiesituaties moeilijk haalbaar is. Het vraagt vaak extra investering en verbouwingswerkzaamheden om combinatie van systemen te vermijden. Daarom wordt de bepaling als aanbeveling gegeven voor renovaties.
Art. 30.
Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage XIII toegevoegd, die als bijlage 4 bij dit besluit is gevoegd.
9. De energieprestatieregelgeving is niet meer weg te denken uit het bouwgebeuren. Energiezuinig bouwen heeft een vaste plaats verworven. De energieprestaties van nieuwe gebouwen verbeteren jaar na jaar en het verstrengingspad tot 2021, het moment waarop elk nieuw gebouw bijna-energieneutraal moet zijn volgens de Europese richtlijn, ligt vast voor woningen, kantoren en scholen.
De Vlaamse Regering was ertoe gehouden om tegen 1 januari 2006 de Europese richtlijn 2002/91/EG in een Vlaamse regelgeving om te zetten. Het Energieprestatiedecreet is op 7 mei 2004 bekrachtigd en afgekondigd. Op 11 maart 2005 heeft de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit met de EPB-eisen definitief goedgekeurd. Op 1 januari 2006 is de Vlaamse energieprestatieregelgeving dan ook effectief in werking kunnen treden.
Inmiddels maken de bepalingen van het EPB-decreet van 22 december 2006 en van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 deel uit van het coördinatieproject van de Vlaamse energieregelgeving, zoals vervat in respectievelijk het Energiedecreet van 8 mei 2009 en het Energiebesluit van 19 november 2010. Zowel het Energiedecreet als het Energiebesluit traden in werking op 1 januari 2011. De Europese richtlijn 2002/91/EG werd vervangen door de Europese richtlijn betreffende energieprestaties van gebouwen (Richtlijn 2010/31/EU).
Om te komen tot BEN-gebouwen in 2021 zijn een doordacht EPB-eisenpakket, een gepast eisenniveau en een stapsgewijs aanscherpingspad nodig. Om te garanderen dat de vooropgestelde eisen haalbaar en betaalbaar blijven, liet het VEA in 2014- 2015 de verhouding van de huidige en de geplande EPB-eisen voor nieuwe en gerenoveerde woongebouwen, kantoren en scholen tot de kostenoptimale energieprestatieniveaus onderzoeken. Een analyse van het huidige EPB-eisenpakket leert dat de netto-energiebehoefte voor ruimteverwarming (NEBrv) en het globale isolatiepeil (K-peil) een aantal tekortkomingen kennen. Het stapsgewijs verstrengen van de EPB-eisen zorgt ervoor dat nieuwe gebouwen steeds energiezuiniger worden. Daarbij worden meer en meer innovatieve technieken en materialen gebruikt. Omdat de eisen scherper worden, besteedt de sector meer aandacht aan de berekening van de energieprestatie van gebouwen. Er is een verfijnde rekenmethodiek nodig om de energieprestatie van BEN-gebouwen adequaat en gedetailleerd te kunnen berekenen. Het verbeteren van de rekenmethodiek is een taak voor het EPB-platform. Het EPB-platform is een overlegplatform tussen de 3 gewesten over de EPB-berekeningsmethode.
Wij verwijzen tevens naar punt 6 van deze kennisgeving "producten en/of diensten waarop het ontwerp betrekking heeft.
10. Nummers of titels van de basisteksten: Het "Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft aanpassingen aan diverse bepalingen inzake de energieprestatieregelgeving" jo. artikel 11.1.5 van het Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid (Energiedecreet).
De basisteksten zijn met een eerdere kennisgeving meegestuurd: 2015/0387/B: 2015/0283/B
11. Nee
12. -
13. Nee
14. Nee
15. -
16. TBT-aspect
NEE- Het ontwerp heeft geen grote invloed op de internationale handel.
SPS-aspect
Nee, het ontwerp is geen sanitaire of fytosanitaire maatregel
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir83-189-central@ec.europa.eu