Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2022) 03166
Richtlijn (EU) 2015/1535
Notificación - Oznámení - Notifikation - Notifizierung - Teavitamine - Γνωστοποίηση - Notification - Notification - Notifica - Pieteikums - Pranešimas - Bejelentés - Notifika - Kennisgeving - Zawiadomienie - Notificação - Hlásenie-Obvestilo - Ilmoitus - Anmälan - Нотификация : 2022/0595/B - Notificare.
No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.
(MSG: 202203166.NL)
1. MSG 001 IND 2022 0595 B NL 01-09-2022 B NOTIF
2. B
3A. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst Normalisatie en Competitiviteit - BELNotif
NG III – 2de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
be.belnotif@economie.fgov.be
3B. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie - Dienst Aardolie en Fapetro
NG III - 4de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
Tel: 02/277.62.96
4. 2022/0595/B - N40E
5. Ontwerp van wet tot wijziging van de wet van 17 juli 2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten
6. Dit ontwerp van wet zorgt ervoor dat biobrandstoffen geproduceerd uit palm- en sojaolie niet meer bijdragen aan het behalen van het bijmengingvolume bedoeld in artikel 7, § 1, en van de subdoelen in leden 1°, 2°, 3° en 4° van artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 tot vastlegging van de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes brandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten.
7. -
8. In de eerste plaats voegt het ontwerp van wet, ingediend voor notificatie, het artikel 7/1 toe aan de wet van 17 juli 2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten, gewijzigd door de wet van 26 december 2015,.
Het ontwerp van wet legt vast dat, vanaf 1/01/2023, het gebruik van biobrandstoffen geproduceerd uit palmolie (vanaf 1/01/2023) en uit sojaolie (vanaf 1/07/2023), met inbegrip van andere rechtstreeks of onrechtstreeks van de oliepalm of soja afgeleide producten, niet meer kunnen bijdragen aan de doelstellingen voor de bijmengingvolumes voor duurzame biobrandstoffen zoals vastgelegd in het artikel 7, § 1, en van de subdoelen in leden 1°, 2°, 3° en 4° van artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 tot vastlegging van de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes brandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten.
Deze afschaffing is niet van toepassing op grondstoffen opgenomen in bijlage IV van het koninklijk besluit van 16 juli 2014 en op biobrandstoffen, vloeibare biomassa of biomassabrandstoffen die zijn gecertificeerd als hebbende een laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik, conform de bepalingen en criteria daartoe opgenomen in de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 2019/807 van de Raad aanvullend op Richtlijn 2018/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad.
In de tweede plaats word de voorvermelde wet van 17 juli 2013 geüpdatet naar aanleiding van de inwerkingtreding van verschillende besluiten.
9. Het ontwerp zet het artikel 26, § 2 van de Richtlijn 2018/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van hetgebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, om.
De geleidelijke afschaffing van biobrandstoffen op basis van palm- of sojaolie is gebaseerd op de brede wetenschappelijke consensus over het grote risico van indirecte veranderingen in landgebruik die gepaard gaan met de teelt van deze gewassen. Deze veranderingen zijn een belangrijke bron van broeikasgasemissies, hetgeen verklaart waarom biobrandstoffen op basis van palm- of sojaolie vaak niet bijdragen tot de (aanzienlijke) vermindering van broeikasgasemissies in de vervoersector op basis van de levenscyclus.
10. Nummers of titels van de basisteksten: - Wet van 17 juli 2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossiele motorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten, en met name artikel 15, eerste lid daarvan.
- Koninklijk besluit van 4 mei 2018 tot vastlegging van de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes brandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten.
- Ministerieel besluit van 19 mei 2021 betreffende de inschrijving van de personen die optreden in debevoorradingsketen van het land en van de verbruikers van aardolie en aardolieproducten
- Koninklijk besluit van 17 december 2021 houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen en voor transportbrandstoffen op basis van hergebruikte koolstof
- Koninklijk besluit van 16 juli 2014 betreffende de informatie- en administratieve verplichtingen metbetrekking tot de biobrandstoffen van categorie B en C in overeenstemming met de wet van 17 juli2013 houdende de minimale nominale volumes duurzame biobrandstoffen die de volumes fossielemotorbrandstoffen, die jaarlijks tot verbruik worden uitgeslagen, moeten bevatten
11. Nee
12. -
13. Nee
14. Nee
15. -
16. TBT-aspect
Nee, het ontwerp is in overeenstemming met een internationale norm
SPS-aspect
Nee, het ontwerp is geen sanitaire of fytosanitaire maatregel
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu