Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1983
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0389/BE
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261983.NL
1. MSG 001 IND 2026 0389 BE NL 22-07-2026 BE NOTIF
2. Belgium
3A. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst Verbindingsbureau - BELNotif
NG III – 2de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
be.belnotif@economie.fgov.be
3B. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Tel: 015 28 42 84
4. 2026/0389/BE - S20E - Afval
5. Decreet tot wijziging van het DABM en het Materialendecreet wat betreft de gedeeltelijke omzetting van de EU richtlijn inzake de energieprestatie van gebouwen (aspect materialen - art. 7.2 en art. 7.5)
6. Energieprestatie van gebouwen
7.
Requirements which reserve access to particular providers
Dit decreet creëert rechtsgronden voor het erkennen van certificatie-instellingen en het certificeren van materiaalprestatieverantwoordelijken voor de berekening van de GWP-indicator en de materiaalprestatie van gebouwen in het kader van EPBD. Het decreet legt om redenen van kwaliteit en efficiëntie één voorwaarde op aan de materiaalprestatieverantwoordelijke die de berekening zal uitvoeren: deze moet een architect of EPB-verslaggever zijn. Iedereen die aan deze voorwaarde voldoet en dus in het bezit is van een zekere relevante kennis over de materie en het bouwwerk, zal ongeacht zijn of haar nationaliteit, de gestelde diensten mogen verlenen. In de toekomst kunnen andere voorwaarden uitgewerkt worden in een uitvoeringsbesluit dat een verdere verfijning geeft aan deze regelgeving. Het uitvoeringsbesluit zal opnieuw worden aangemeld.
Om toch een zekere mate van kwaliteit te stellen aan de dienstverlening, is het noodzakelijk dat een aantal minimale voorwaarden worden gesteld aan de dienstverleners. Het decreet stelt daarom dat de materiaalprestatieverantwoordelijke een architect of EPB-verslaggever moet zijn omwille van de vereiste kennis van de materie en het bouwwerk. Deze begrenzing is noodzakelijk om te garanderen dat de dienst wordt verleend op een deskundige en correcte wijze. Eventuele andere voorwaarden worden niet opgesteld in het kader van deze aanmelding, maar worden eventueel pas uitgewerkt in een uitvoeringsbesluit waarvoor deze wetgeving de basis vormt. Het uitvoeringsbesluit zal opnieuw worden aangemeld.
Zoals hoger vermeld, bevat dit decreet slechts een voorwaarde, nl. dat de materiaalprestatieverantwoordelijke een architect of EPB-verslaggever is omwille van de vereiste kennis van de materie en het bouwwerk. Deze voorwaarde is geschikt om het beoogde doel te bereiken. Enerzijds ligt deze taak in het verlengde van het huidige takenpakket van een architect of EPD-verslaggever en anderzijds zorgt deze voorwaarde ervoor dat de bijkomende opleiding en kosten voor de bouwheer beperkt blijven. Deze voorwaarde verleent een goede en noodzakelijke garantie op een kwaliteitsvolle en uniforme berekening van de materiaalprestatie. Eventuele andere voorwaarden worden niet opgesteld in het kader van deze aanmelding, maar deze kunnen uitgewerkt worden in een uitvoeringsbesluit waarvoor deze wetgeving de basis vormt. Het uitvoeringsbesluit zal opnieuw worden aangemeld.
Directive (EC) N° 2006/123 on services in the internal market
8. Deze decreetswijziging bevat louter de rechtsgronden voor de implementatie van art. 7.2 en art. 7.5 van de EU Richtlijn 2024/1275 inzake de energieprestatie van gebouwen. Deze artikelen bepalen dat het GWP (Global Warming Potential of aardopwarmingsvermogen) gedurende de levenscyclus wordt berekend, overeenkomstig bijlage III, en op het energieprestatiecertificaat van het gebouw vermeld wordt vanaf 1 januari 2028 voor alle nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1 000 m2; vanaf 1 januari 2030 voor alle nieuwe gebouwen. Bovendien moet maximumgrenswoorden worden voorzien voor het GWP vanaf 1 januari 2030.
De rechtsgronden kunnen later nog verder invulling krijgen via een uitvoeringsbesluit. Deze decreetswijziging bevat wel reeds de contouren voor het systeem dat zal worden opgezet voor de berekening en kwaliteitsborging.
9. Met deze decreetswijziging wordt beoogd om een aantal wijzigingen door te voeren aan het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) en het Materialendecreet met als doel de implementatie van EU Richtlijn inzake de energieprestatie van gebouwen. De richtlijn bepaalt in artikel 7.2 dat de lidstaten ervoor zorgen dat het GWP (Global Warming Potential of aardopwarmingsvermogen) over de volledige levenscyclus van het bouwwerk wordt berekend, en vanaf 2030 wordt begrensd (artikel 7.5).
OVAM is bevoegd voor dit deel van de omzetting van de EPB-richtlijn. Uit deze verplichte berekening volgen een aantal nieuwe taken voor OVAM, nl.
1) het voorzien in de methodiek voor de berekening. OVAM beschikt met TOTEM reeds over een rekentool die toelaat op vrijwillige basis de materiaalprestatie van gebouwen te berekenen.
2) het bijhouden van de materiaalprestatieberekeningen in een databank,
3) het afleveren van MPC’s (materiaalprestatiecertificaten) via het energieprestatiecertificaat bij de bouw;
4) het bewaken en opvolgen van de kwaliteit, zowel van de berekening als van de actoren die de berekening uitvoeren. Hiervoor wordt – naar analogie met systeem voor asbest – een systeem opgezet via erkennen van certificatie-instellingen voor materiaalprestatieverantwoordelijken en het certificeren van deze MP-verantwoordelijken.
9a. Deze wijziging van decreet betreft louter de omzetting van art. 7.2 en art. 7.5 van de EU Richtlijn 2024/1275 inzake de energieprestatie van gebouwen (voor het aspect materialen). De wenselijkheid van het berekenen en begrenzen van het GWP werd op Europees niveau reeds afgewogen bij de opmaak van de desbetreffende richtlijn, inclusief of deze geschikt zijn om de beoogde doelstelling te bereiken. Vlaanderen zet deze richtlijn nu op de meest efficiënte en kwaliteitsvolle manier om en steunt daarbij op haar bestaande systemen voor het berekenen van de energieprestatie van gebouwen en de inventarisatie en uitfasering van asbest, die beiden hun nut al hebben bewezen.
9b. Deze wijziging van decreet betreft louter de omzetting van art. 7.2 en art. 7.5 van de EU Richtlijn 2024/1275 inzake de energieprestatie van gebouwen (voor het aspect materialen). Er wordt hierdoor geen beperking van de interne markt of enige invloed op de grensoverschrijdende handel in goederen en diensten, verwacht anders dan wat door de EU zelf wordt nagestreefd met EU Richtlijn 2024/1275. De afweging inzake de noodzakelijkheid van deze maatregel werd eerder op Europees niveau afgetoetst bij de opmaak van de desbetreffende richtlijn.
9c. Deze wijziging van decreet betreft louter de omzetting van art. 7.2 en art. 7.5 van de EU Richtlijn 2024/1275 inzake de energieprestatie van gebouwen (voor het aspect materialen). Er worden hierdoor geen beperkingen van de interne markt geïntroduceerd anders dan diegene die door de EU zelf wordt nagestreefd met EU Richtlijn 2024/1275 en die de EU zelf heeft afgetoetst bij de opmaak van die richtlijn. Vlaanderen zet deze richtlijn nu om op de meest efficiënte en kwaliteitsvolle manier en steunt daarbij op haar bestaande systemen voor het berekenen van de energieprestatie van gebouwen en de inventarisatie en uitfasering van asbest, die beiden hun nut al hebben bewezen.
10. Nummers of titels van de basisteksten: Er zijn geen basisteksten
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu