Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1387
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0252/NL
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261387.NL
1. MSG 001 IND 2026 0252 NL NL 21-05-2026 NL NOTIF
2. Netherlands
3A. Ministerie van Financiën
Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer
(cdiu.notificaties@belastingdienst.nl, 050 5232135)
3B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
4. 2026/0252/NL - B00 - Bouw
5. Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
6. Technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming
7.
8. De (nieuwe) artikelen 4.248a en 5.21a0 Bbl bevatten mogelijk technische voorschriften. In de basis hebben alle gebouweigenaren de mogelijkheid om, binnen de algemene regels die op grond van het Bbl gelden voor de energieprestatie van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming, te kiezen voor een andere voorziening dan de door de gemeente aangeboden voorziening, maar het transport van methaangas naar alle woningen en gebouwen zal wel worden beëindigd. Daarbij voorziet dit besluit in een verbod op koolstofemissies uit fossiele brandstoffen waar iedere gebouweigenaar aan moet voldoen. Met deze onderdelen is de energieprestatie voor technische bouwsystemen voor ruimteverwarming in een warmtetransitiegebied aangescherpt naar de waarde ≤ 0,7 voor nieuwbouw en verbouw, wanneer niet wordt aangesloten op een warmtenet. Met deze artikelen wordt tot uitdrukking gebracht dat een gebouweigenaar kan kiezen voor gebruik van een ander alternatief voor methaangas dan het alternatief dat in het omgevingsplan is aangewezen ter vervanging van de aansluiting op methaangas. Het technisch bouwsysteem moet dan voor ruimteverwarming voldoen aan waarde voor de energieprestatie van een waarde van ≤ 0,7.
In artikel 1.2 van het Bbl is een bepaling van wederzijdse erkenning opgenomen.
9. Het voorschrift is non-discriminatoir, noodzakelijk en proportioneel.
Het voorschrift is allereerst van toepassing op alle technische bouwsystemen voor ruimteverwarming in het warmtetransitiegebied, ongeacht het land waar dit technisch bouwsysteem is geproduceerd. Ook heeft de eis betrekking op alle gebouwen binnen het warmtetransitiegebied, ongeacht de nationaliteit van de eigenaar of gebruiker.
Het voorschrift is noodzakelijk vanwege een dwingende reden van algemeen belang namelijk de bescherming van het milieu. Met het ontwerpbesluit kunnen gemeenten warmtetransitiegebieden aanwijzen. Deze gebieden stappen op termijn over van methaangas naar een duurzame energievoorziening, zoals een warmtenet of elektrische warmtepomp. De gemeente stelt een duurzame energievoorziening voor, maar gebouweigenaren mogen ook een alternatief kiezen. De energieprestatie-eis is toegevoegd om te voorkomen dat gebouweigenaren kiezen voor bijvoorbeeld een inefficiënte warmtepomp of een inefficiënte verbranding van biobrandstof (zoals houtstook en inefficiënte pelletkachels). Het zou contraproductief zijn als de gebouwen in een warmtetransitiegebied overstappen naar een alternatief voor methaangas dat mogelijk meer CO2 uitstoot. De energieprestatie-eis is geschikt om dit te voorkomen. Immers: de gebouweigenaren mogen alleen kiezen voor duurzame alternatieven. Op deze manier wordt bewerkstelligd dat de CO2 uitstoot binnen een warmtetransitiegebied daadwerkelijk minder wordt, wat bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering.
Tot slot is het voorschrift proportioneel. Met een waarde van ≤ 0,7 zijn de meeste inefficiënte systemen uitgesloten, maar wordt de keuzevrijheid van een gebouweigenaar om zelf een technisch bouwsystemeen voor ruimteverwarming te kiezen geborgd. De gebouweigenaar mag elk denkbaar alternatief kiezen, mits dat alternatief voldoende duurzaam is. Met eventuele toekomstige ontwikkelingen in de techniek, zal de gebouweigenaar op termijn mogelijk uit nog meer alternatieven kunnen kiezen dan enkel een warmtenet of elektrische warmtepomp. Warmtenetten zijn overigens uitgesloten van de energieprestatie-eis, omdat een warmtenet met een lagere energieprestatie nog steeds voldoende duurzaam wordt geacht. Het toevoegen van deze strenge eis aan warmtenetten zou daarmee verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is om de CO2-uitstoot in het warmtetransitiegebied te beperken. Bovendien geldt de eis enkel in een warmtetransitiegebied, dat is aangewezen door de gemeente. Buiten dit gebied zijn inefficiënte systemen nog wel toegestaan. Er is dus expliciet niet gekozen voor een landelijk verbod.
9a. Indien deze energieprestatie-eis aan het technisch bouwsysteem niet wordt toegevoegd zou dat betekenen dat als alternatieve energie-infrastructuur kan worden gekozen voor inefficiënte warmtepompen of inefficiënte verbranding van biobrandstof, zoals houtstook of inefficiënte pelletkachels. Het zou contraproductief zijn als er van (fossiel) methaangas wordt overgestapt op alternatieven die mogelijk meer CO2 uitstoten. Een dergelijke overstap zou daarnaast ernstige verslechtering van de luchtkwaliteit in het warmtetransitiegebied kunnen betekenen. Met een waarde van ≤ 0,7 zijn de meeste inefficiënte systemen uitgesloten.
9b. De maatregel vormt een geringe beperking van de interne markt, omdat burgers en bedrijven binnen het warmtetransitiegebied niet gekozen kan worden voor een technisch bouwsysteem met een energieprestatie-eis, hoger dan 0,7. Dit kan gevolgen hebben voor technische bouwsystemen die geïmporteerd worden vanuit andere lidstaten. Het voorschrift geldt namelijk ongeacht het land waar het technisch bouwsysteem is geproduceerd (al geldt er in het Bbl in het algemeen een bepaling van wederzijdse erkenning). Daarnaast is het mogelijk dat gebouwen in het warmtetransitiegebied in eigendom zijn van burgers en bedrijven uit andere lidstaten. Voor hen geldt dat zij niet vrij kunnen kiezen voor een technisch bouwsysteem met een energieprestatie-eis, hoger dan 0,7. Zoals hierboven beschreven is de maatregel noodzakelijk om te voorkomen dat het ontwerpbesluit niet-doelmatig (of zelfs contraproductief) is in het bereiken van het nagestreefde doel: het tegengaan van de klimaatverandering en het beschermen van het milieu.
9c. Met een waarde van ≤ 0,7 zijn de meeste inefficiënte systemen uitgesloten, maar wordt de keuzevrijheid van een gebouweigenaar om zelf een technisch bouwsystemeen voor ruimteverwarming te kiezen geborgd. De gebouweigenaar mag elk denkbaar alternatief kiezen, mits dat alternatief voldoende duurzaam is. Met eventuele toekomstige ontwikkelingen in de techniek, zal de gebouweigenaar op termijn mogelijk uit nog meer alternatieven kunnen kiezen dan enkel een warmtenet of elektrische warmtepomp. Warmtenetten zijn overigens uitgesloten van de energieprestatie-eis, omdat een warmtenet met een lagere energieprestatie nog steeds voldoende duurzaam wordt geacht. Het toevoegen van deze strenge eis aan warmtenetten zou daarmee verder gaan dan wat strikt noodzakelijk is om de CO2-uitstoot in het warmtetransitiegebied te beperken. Bovendien geldt de eis enkel in een warmtetransitiegebied, dat is aangewezen door de gemeente. Buiten dit gebied zijn inefficiënte systemen nog wel toegestaan. Er is dus expliciet niet gekozen voor een landelijk verbod, omdat dat disproportioneel zou zijn.
10. Nummers of titels van de basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu