Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2025) 1829
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2025/0369/BE
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20251829.NL
1. MSG 001 IND 2025 0369 BE NL 10-07-2025 BE NOTIF
2. Belgium
3A. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst Verbindingsbureau - BELNotif
NG III – 2de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
be.belnotif@economie.fgov.be
3B. Vlaamse Gemeenschap
Departement Cultuur, Jeugd en Media
4. 2025/0369/BE - SERV30 - Media
5. Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering over passende aandacht door aanbieders van een gebruikersinterface
6. Dit ontwerp van besluit heeft betrekking op de regeling inzake passende aandacht voor omroepprogramma’s van algemeen belang. Het omvat de verdere uitwerking van de principes die zijn opgenomen in een ontwerp van decreet over hetzelfde thema.
7.
8. Met dit voorontwerp van besluit wordt de nieuwe regeling betreffende passende aandacht voor omroepprogramma’s van algemeen belang, opgenomen in het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie wat betreft passende aandacht, verder uitgewerkt en uitgevoerd.
Het besluit start met enkele definities in artikel 2, waarvan de belangrijkste die van een landingspagina is: het scherm dat de gebruiker te zien krijgt bij het aanzetten van het eindapparaat.
Artikel 3 betreft de wijze waarop aanbieders van gebruikersinterfaces passende aandacht moeten besteden aan de televisieomroepprogramma’s. Dit artikel toont de gelaagdheid van de regeling inzake passende aandacht voor televisieomroepprogramma’s:
- Televisieomroepprogramma’s van de openbare omroep en televisieomroepprogramma’s met bijzondere impact krijgen de hoogste mate van passende aandacht.
- Televisieomroepprogramma’s van de regionale televisieomroepen en het televisieomroepprogramma van de niet-lineaire televisiedienst vermeld in artikel 184/0 van het Mediadecreet, krijgen passende aandacht van een iets lager niveau.
- Televisieomroepprogramma’s van particuliere televisieomroepen die niet vallen onder de vorige categorieën en die aangemeld zijn ingevolge artikel 161 of artikel 175 van het mediadecreet krijgen het laagste regime inzake passende aandacht.
- Dienstenverdelers krijgen ook een zekere mate van passende aandacht voor hun applicaties
- Programma’s die deel uitmaken van de televisieomroepprogramma’s van algemeen belang die beschikbaar zijn in de applicaties krijgen ook passende aandacht.
Artikel 4 toont de gelaagdheid van de regeling inzake passende aandacht voor radio-omroepprogramma’s:
- De hoogste mate van passende aandacht moet worden gewaarborgd voor de applicatie van een samenwerkingsverband van radio-omroepen waarvan minstens de openbare omroep en de landelijke radio-omroepen deel uitmaken.
- De radio-omroepprogramma’s van de openbare omroep en van de landelijke radio-omroepen krijgen passende aandacht op een iets lager niveau.
- De radio-omroepprogramma’s van de netwerkradio-omroepen en van de lokale radio-omroepen krijgen de laagste vorm van passende aandacht.
Aanbieders van gebruikersinterfaces moeten krachtens artikel 3 en 4 van het besluit bij het uitvoeren van hun verplichtingen inzake passende aandacht altijd op niet-discriminerende manier tewerk gaan.
Artikel 4 stelt tenslotte dat aanbieders van gebruikersinterfaces die toegang verlenen tot radio-omroepprogramma’s via autoradio-ontvangers zoals vermeld in artikel 209/1, tweede lid van het mediadecreet, moeten verzekeren dat die radio-omroepprogramma’s direct toegankelijk en gemakkelijk te vinden zijn.
Omroeporganisaties en dienstenverdelers kiezen krachtens artikel 5 zelf of zij met hun applicaties aanwezig willen zijn op een gebruikersinterface. Aanbieders van die gebruikersinterface kunnen hen daar niet toe verplichten.
Het besluit omschrijft in artikel 6 de procedure voor de kwalificatie van televisieomroepprogramma’s als televisieomroepprogramma met bijzondere impact door de Vlaamse Regulator voor de Media.
Tenslotte bepaalt artikel 7 van het besluit de datum van inwerkingtreding van het decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie voor wat betreft passende aandacht, en van dit ontwerp van besluit dat daarop gebaseerd is.
9. Vlaamse omroeporganisaties vormen de ruggengraat van onze Vlaamse identiteit. De verhalen die ze vertellen (van entertainment tot fictie, van animatie tot non-fictie) dragen bij aan de gemeenschapsvorming. Ze doen dit door de Vlaamse mediagebruikers toegang te verschaffen tot een breed, lokaal, kwalitatief en origineel media-aanbod. Daarnaast dragen ze bij tot geïnformeerde burgers door het aanbieden van nieuws en actualiteit. Geïnformeerde burgers zijn essentieel voor een goede werking van de democratie. Tegen deze achtergrond werd er in het verleden steeds een beleidskeuze gemaakt voor het veiligstellen en het stimuleren van kwaliteitsvolle producties en het garanderen van een sterke Vlaamse audiovisuele sector vanuit cultureel, democratisch en maatschappelijk oogpunt.
Het volstaat echter niet dat lokale producties en nieuws gefinancierd, geproduceerd en beschikbaar gemaakt worden. Indien deze lokale producties en nieuwsberichtgeving niet zichtbaar en vindbaar zijn voor de mediagebruikers, zullen deze programma’s niet meer bekeken/beluisterd worden. Hierdoor kunnen omroeporganisaties hun belangrijke rol niet meer vervullen met alle mogelijke gevolgen voor de samenleving. Naast de belangrijke maatschappelijke rol van omroeporganisaties die dan dreigt verloren te gaan, heeft het gebrek aan zichtbaarheid en vindbaarheid ook een belangrijke economische impact op de omroeporganisaties. Beperkte vind- en zichtbaarheid zorgt voor een lager bereik wat zal leiden tot minder reclame-inkomsten.
De toegang van de mediagebruiker tot content, zowel auditief als audiovisueel, is de afgelopen jaren erg veranderd. Die verandering komt door de verschuiving naar meer niet-lineaire consumptie van content en door de opkomst van nieuwe poortwachters. Invloedrijke onlineplatforms zoals zoekmachines en aanbieders van gebruikersinterfaces van mobiele toestellen, smart TV’s en smart speakers fungeren steeds vaker als doorgeefluik tussen de aanbieders van media-inhoud en het publiek.
Die nieuwe poortwachters beschikken niet (altijd) over redactionele verantwoordelijkheid, maar kunnen wel een beslissende invloed hebben op de inhoud en informatie waartoe de mediagebruiker toegang heeft, door te bepalen welke inhoud het snelst of meest zichtbaar en vindbaar is. Beslissingen over wat bijvoorbeeld op de landingspagina van een smart-tv of in de aanbevelingen zal verschijnen, worden bepaald door algoritmes en redactionele keuzes, maar ook door commerciële redenen en commerciële afspraken. Door hun grotere financiële slagkracht kunnen internationale streamingaanbieders of aanbieders van videoplatformdiensten makkelijker en op veel grotere schaal commerciële overeenkomsten afsluiten met aanbieders van gebruikersinterfaces ten koste van lokale Vlaamse spelers met minder middelen en dus minder onderhandelingsmogelijkheden.
Op basis van voorgaande wordt het duidelijk dat de controle over wat mediagebruikers te zien of te horen krijgen van de lokale omroeporganisaties verschuift naar nieuwe poortwachters. Het risico daarvan is dat vooral apps en content van internationale spelers of apps en content die commercieel goed scoren of waarover deze poortwachters commerciële afspraken hebben gemaakt meer zichtbaar en vindbaar aangeboden worden, waarbij het lokale aanbod steeds vaker de duimen zal moeten leggen.
Om na te gaan hoe passende aandacht, zichtbaarheid en vindbaarheid voor audiovisuele en auditieve mediadiensten van algemeen belang in Vlaanderen zou kunnen verzekerd worden, bestelde het Departement CJM een studie bij imec-SMIT, Vrije Universiteit Brussel. Deze studie vormde een belangrijke inspiratiebron voor een nieuw regelgevend kader inzake passende aandacht, dat wordt uitgewerkt in een voorontwerp van decreet en een besluit van de Vlaamse Regering.
10. Nummers of titels van de basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu