Bericht 002
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2018) 02176
Richtlijn (EU) 2015/1535
Vertaling van het bericht 001
Kennisgeving: 2018/0400/F
No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.
(MSG: 201802176.NL)
1. MSG 002 IND 2018 0400 F NL 03-08-2018 F NOTIF
2. F
3A. Direction générale des entreprises – SQUALPI – Bât. Sieyès -Teledoc 151 – 61, Bd Vincent Auriol - 75703 PARIS Cedex 13
d9834.france@finances.gouv.fr
tél : 01 44 97 24 55
3B. Ministère de la transition écologique
Direction générale de la prévention des risques
Bureau des produits chimiques
92055 La Défense Cedex
Téléphone : 01.40.81.87.87
Courriel : florian.veyssilier@developpement-durable.gouv.fr
cecile-b.lemaitre@developpement-durable.gouv.fr
pierre.defranclieu@developpement-durable.gouv.fr
4. 2018/0400/F - C00A
5. Ontwerpdecreet houdende een lijst van de werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen die dezelfde werking hebben als de neonicotinoïdefamilie.
6. Gewasbeschermingsmiddelen die sulfoxaflor of flupyradifurone bevatten en zaaigoed dat is behandeld met deze producten
7. -
8. Deze ontwerptekst maakt de toepassing mogelijk van de ontwerpwet voor evenwichtige handelsbetrekkingen in de landbouw- en levensmiddelensector en voor een gezonde, duurzame voeding voor iedereen. In het kader van de ontwerpwet wordt artikel L. 253-8 van het wetboek landbouw gewijzigd en worden richtsnoeren voorzien voor een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met werkzame stoffen die dezelfde werking hebben als de neonicotinoïdefamilie en zaaigoed dat is behandeld met deze producten.
De ontwerpwet verwijst naar een toepassingsdecreet tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en maakt de tenuitvoerlegging van dit verbod mogelijk. Dit ontwerpdecreet preciseert duidelijk de lijst van beoogde stoffen.
9. Tal van wetenschappelijke publicaties en erkende organisaties (EFSA, EASAC, INRA, CNRS, Anses enz.) stellen dat neonicotinoïden op veel facetten van het milieu een grote impact hebben op niet-doelorganismen, zoals bijen, macro-invertebraten of vogels. Daarnaast toont een recente studie van de EFSA aan dat ze een risico vormen voor de volksgezondheid (door hun invloed op de ontwikkeling van het zenuwstelsel).
Deze stoffen behoren tot een homogene familie van stoffen die dezelfde eigenschappen vertonen: het zijn krachtige insecticiden die inwerken op het zenuwstelsel van insecten en een systemische werking hebben. Daardoor zijn de stoffen terug te vinden in alle organen van de plant nadat die ermee is behandeld.
In deze context en gezien het belang van het onderwerp voor zowel het milieu als de volksgezondheid heeft Frankrijk in 2016 een risicobeheerbeleid willen ontwikkelen dat het gebruik beperkt van gewasbeschermingsmiddelen op basis van neonicotinoïde of zaaigoed dat met deze producten is behandeld. Op die manier voorziet wet 2016-1087 (de zogenoemde „biodiversiteitswet”) in een verbod op de betrokken middelen, met een uitvoeringstermijn. Er wordt ook een evaluatie van het proces uitgevoerd zodat marktdeelnemers zich op de afloop van deze termijn kunnen voorbereiden.
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de stoffen sulfoxaflor en flupyradifurone een groot risico vormen voor bestuivers. Industriële bedrijven die deze twee stoffen produceren erkennen dat zij eenzelfde werking hebben als stoffen van de neonicotinoïdefamilie, d.w.z. dat zij inwerken op de nicotinerge acetylcholinereceptor (nACHR) als antagonist van acetylcholine.
10. Verwijzingen naar basisteksten: a) artikel 114, lid 5, van het VWEU bepaalt dat „[w]anneer een lidstaat het, nadat door het Europees Parlement en de Raad, door de Raad of door de Commissie een harmonisatiemaatregel is genomen, noodzakelijk acht, nationale bepalingen te treffen die gebaseerd zijn op nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu vanwege een specifiek probleem dat zich in die lidstaat heeft aangediend nadat de harmonisatiemaatregel is genomen, stelt hij de Commissie voorts, onverminderd lid 4, in kennis van de voorgenomen bepalingen en de redenen voor het vaststellen ervan”.
De hierin aangemelde maatregelen zijn gebaseerd op dit artikel.
Volgens artikel 191, lid 2, van het VWEU „[streeft] [d]e Unie in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio's van de Unie. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt.
In dit verband omvatten de aan eisen inzake milieubescherming beantwoordende harmonisatiemaatregelen, in de gevallen die daarvoor in aanmerking komen, een vrijwaringsclausule op grond waarvan de lidstaten om niet-economische milieuredenen voorlopige maatregelen kunnen nemen die aan een toetsingsprocedure van de Unie onderworpen zijn.”
b) referentiedocumenten, onderzoeken
Schmitzer 2011a: bepaling van subletale effecten van het product Closer (sulfoxaflor) op 56 % van het broedsel
Schmitzer 2011b: bepaling van subletale effecten van het product Closer (sulfoxaflor) op 65 % van het broedsel, met de kleinst gebruikte dosis (24 gram per hectare), die lager ligt dan de dosis toegestaan in de vergunning voor het in de handel brengen die wordt afgegeven voor producten op basis van sulfoxaflor
Bergfield 2009: bepaling van een sterftecijfer van 19 % van het broedsel door effecten van de residuen van het product Transform (sulfoxaflor)
c) ontwerpwet voor evenwichtige handelsbetrekkingen in de landbouw- en levensmiddelensector en voor een gezonde, duurzame voeding voor iedereen, die wordt geanalyseerd door het Parlement (bepaling tot wijziging van artikel L. 253-8 van het wetboek landbouw en visserij)
11. Nee
12. -
13. Nee
14. Nee
15. -
16. TBT-aspect
Nee - Het ontwerp is geen technisch voorschrift, noch een procedure voor de beoordeling van de conformiteit.
SPS-aspect
Nee - Het ontwerp is geen sanitaire of fytosanitaire maatregel.
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu