Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2018) 02897
Richtlijn (EU) 2015/1535
Notificación - Oznámení - Notifikation - Notifizierung - Teavitamine - Γνωστοποίηση - Notification - Notification - Notifica - Pieteikums - Pranešimas - Bejelentés - Notifika - Kennisgeving - Zawiadomienie - Notificação - Hlásenie-Obvestilo - Ilmoitus - Anmälan - Нотификация : 2018/0531/NL - Notificare.
No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.
(MSG: 201802897.NL)
1. MSG 001 IND 2018 0531 NL NL 18-10-2018 NL NOTIF
2. NL
3A. Ministerie van Financiën
Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer
3B. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
4. 2018/0531/NL - S40E
5. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van [pm datum], nr. WJZ/18090520 houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in verband met enkele aanpassingen van de bepalingen inzake het wegen, de onafhankelijke monstername, het vervoersbewijs dierlijke meststoffen, de toevoeging van enkele stoffen aan bijlage Aa en inzake de aanpassing van diverse forfaits en inzake het gebruik van de basiskaart AAN
6. Gewichtsbepaling van vaste dierlijke meststoffen (Artikel I, onderdeel F); toelating van een zestal reststoffen die als meststof kunnen worden verhandeld, waarvan er één eveneens voor de productie van meststoffen kan worden gebruikt (Artikel I, onderdeel T); accreditatieprogramma voor de bemonstering van vaste dierlijke meststoffen (Artikel I, onderdeel U); forfaitaire mineraalgehalten voor gier en filtraat na mestscheiding van rundvee en varkens, en voor drijfmest van konijnen (Artikel I, onderdeel V); opbrengst en stikstof- en fosfaatgehalte van tarwe, erwten, gerst en rogge (Artikel I, onderdeel W).
7. -
8. Voor de gewichtsbepaling van vaste dierlijke mest wordt een aantal aanvullende eisen gesteld (Artikel I, onderdeel F). Een vracht mest moet na aanvang van het vervoer onverwijld worden gewogen en het gewicht van het ledige transportmiddel moet voortaan altijd voorafgaand aan het vervoer zijn bepaald. De vervoerder moet gedurende het vervoer beschikken over een bewijs van het wegen, van zowel de vracht als het ledig transportmiddel, en dat bewijs moet een aantal vastgestelde gegevens bevatten. De vervoerder moet de bewijzen van wegen gedurende vijf jaar in zijn administratie bewaren.
Voor een zestal reststoffen wordt toegestaan om deze als meststof te verhandelen. Eén van deze reststoffen mag eveneens voor de productie van meststoffen worden gebruikt. (Artikel I, onderdeel T)
In het accreditatieprogramma voor de bemonstering van vaste dierlijke meststoffen (Artikel I, onderdeel U) wordt een nieuwe bemonsteringsmethode toegevoegd voor het bemonsteren in de bak van een geladen transportmiddel en voor het bemonsteren van big bags. Daarbij worden nadere regels gesteld omtrent het aantal benodigde grepen uit een bak of een vracht big bags en de verdeling van de grepen over de vracht. Daarnaast wordt het formele overdrachtsmoment van het monster aan het laboratorium nader gedefinieerd en de kwaliteitsborging op enkele punten gewijzigd.
De forfaitaire mineraalgehalten voor gier en filtraat na mestscheiding bij de diersoorten rundvee en varkens worden gesplitst (Artikel I, onderdeel V). Er zijn nieuwe, afzonderlijke forfaitaire mineraalgehalten bepaald voor gier en voor filtraat na mestscheiding. De forfaitaire mineraalgehalten voor drijfmest van konijnen wordt op een punt gecorrigeerd.
In de waarden voor opbrengst en stikstof- en fosfaatgehalte van tarwe, erwten, gerst en rogge worden correcties doorgevoerd (Artikel I, onderdeel W).
9. De eisen voor gewichtsbepaling van vaste dierlijke mest worden aangevuld om de betrouwbaarheid van de gewichtsbepaling te vergroten en het risico van manipulatie verder in te perken. Het bepalen van de hoeveelheid afgevoerde en aangevoerde mest is essentieel voor de verantwoording van mest- en nutriëntenstromen. In de praktijk zijn diverse incidenten met betrekking tot de gewichtsbepaling geconstateerd waardoor een groter gewicht van afgevoerde vaste mest werd geregistreerd dan daadwerkelijk is afgevoerd.
Vier van de toe te laten reststoffen om als meststof te verhandelen, zijn bestemd om te worden gebruikt als co-vergistingsmateriaal. De andere twee reststoffen betreffen een kalkmeststof, die als meststof mag worden verhandeld, en een stof die calcium en zwavel levert en kan worden aangemerkt als anorganische meststof of als grondstof voor meststof. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet heeft deze reststoffen getoetst aan het 'protocol beoordeling Stoffen Meststoffenwet, versie 3.1' en is tot een positief oordeel gekomen. Deze stoffen mogen als meststof of co-vergistingsmateriaal worden gebruikt indien ze voldoen aan de omschrijving zoals opgenomen in de lijst.
Omdat bemonstering in een afgesloten mestopslaglocatie in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet problematisch kan zijn, wordt toegestaan om een vracht vaste mest direct na het laden of kort voor het lossen te bemonsteren in de bak van het geladen transportmiddel. Hiertoe wordt in het accreditatieprogramma voor monsternemende organisaties een nieuwe bemonsteringsmethode toegevoegd voor het bemonsteren in een bak en voor het bemonsteren van big bags. Daarbij worden onder meer eisen gesteld aan het minimaal aantal grepen uit een vracht en de plaats en verdeling van de grepen over de vracht. Voor het formele moment van overdracht van het monster van de monsternemende organisatie aan het laboratorium, is de fysieke omgeving niet meer van belang. Dit wordt niet langer van belang geacht voor de overgang van de verantwoordelijkheid voor het monster. Voorts wordt de kwaliteitsborging van monsternames door monsternemende organisaties op enkele punten gewijzigd. Het doel van het hamonisatieoverleg wordt nader omschreven en de adviserende rol verduidelijkt. Daarnaast wordt de bestaande praktijk om ringonderzoeken uit te besteden aan een onafhankelijke derde partij in het accreditatieprogramma opgenomen. De eis van tweedelijnscontrole wordt geschrapt omdat deze in de praktijk weinig bleek te zeggen over de kwaliteit van de monstername door de monsternemende organisatie. Voor de kwaliteit van de monstername is vooral van belang dat de voorgeschreven methode voor bemonstering wordt gevolgd.
De splitsing van de forfaits voor stikstof- en fosfaatgehaltes in gier en filtraat na mestscheiding van rundvee en varkens, volgt uit een evaluatie van de Meststoffenwet door Wageningen University & Research in 2016. Voor de nieuwe forfaits is de technische notitie van Wageningen University & Research over de samenstelling van de dunne fractie en de dikke fractie van mest na mestscheiding als uitgangspunt genomen. Daarbij is uitgegaan van de gemiddelde samenstelling van drijfmest en de technische bewerking van de mest (bewerking met de vijzelpers bij rundermest en bewerking met de centrifuge bij varkensmest). Het forfaitaire gehalte van konijnenmest met een drogestofgehalte van minder dan 2,5% is per 1 januari 2018 abusievelijk onjuist vastgesteld en wordt in de onderhavige regeling gecorrigeerd. De aanpassing betekent dat minder mest afgevoerd hoeft te worden dan in de huidige situatie.
Bij de vaststelling van de opbrengst en stikstof- en fosfaatgehaltes van tarwe, erwten, gerst en rogge is abusievelijk uitgegaan van van een gram per kilogram droge stof in plaats van een gram per kilogram product. Dit wordt in de onerhavige regeling gecorrigeerd.
10. Nummers of titels van de basisteksten: Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
11. Nee
12. -
13. Nee
14. Nee
15. -
16. TBT-aspect
Nee, het ontwerp is geen technisch voorschrift, noch een procedure voor de beoordeling van de conformiteit
SPS-aspect
Nee, het ontwerp is geen sanitaire of fytosanitaire maatregel
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu