Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2024) 0231
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2024/0042/BE
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20240231.NL
1. MSG 001 IND 2024 0042 BE NL 25-01-2024 BE NOTIF
2. Belgium
3A. SPF Economie, PME, Classes moyennes et Energie
Direction générale Qualité et Sécurité - Service Bureau de Liaison - BELNotif
NG III – 2ème étage
Boulevard du Roi Albert II, 16
B - 1000 Bruxelles
Tel: 02/277.53.36
be.belnotif@economie.fgov.be
3B. Bruxelles Environnement
Département Ressources & Déchets
Service REP et réglementation
Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de la Transition climatique, de l'Environnement, de l'Énergie, de la Propreté publique, de la Démocratie participative, de la Santé et de l'Action sociale
4. 2024/0042/BE - C00A - Landbouw, visserij en levensmiddelen
5. Voorontwerp van Verordening tot wijziging van de Afvalverordening van 14 juni 2012
6. Het ontwerp betreft enerzijds de verplichting om onverkocht voedsel te doneren en anderzijds de toestemming voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om een ‘Oui-pub’-sticker te gebruiken voor reclamedrukwerk
7.
8. Het voorontwerp is enerzijds bedoeld om afvalpreventie te versterken, maar ook om de administratieve procedures te vereenvoudigen voor bedrijven die betrokken zijn bij bepaalde activiteiten voor afvalterugwinning. In de Verordening van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden drie belangrijke wijzigingen aangebracht.
De eerste wijziging is bedoeld om voedselverspilling in supermarkten tegen te gaan en tegelijkertijd verenigingen te ondersteunen die actief zijn op het gebied van voedselhulp. De maatregel houdt in dat bepaalde supermarkten verplicht worden om hun onverkochte voedsel in de eerste plaats aan liefdadigheidsinstellingen te doneren, en vervolgens aan bedrijven die dit onverkochte voedsel verwerken of aan andere spelers die door de regering zijn aangewezen.
De tweede wijziging is bedoeld om de regering in staat te stellen de verspreiding van publicaties te verbieden die papier-, karton- of kunststofafval genereren en een probleem vormen voor de openbare netheid. Het geeft de regering de bevoegdheid om de voorwaarden van dit verbod te specificeren, het type en de kenmerken van de publicaties die onder dit verbod vallen te definiëren, evenals de methode en de plaats van de verspreiding of stopzetting ervan. Deze toestemming handhaaft het ‘Stop Pub’-systeem, maar biedt de regering ook de mogelijkheid om haar logica om te keren: het verspreiden van gratis persinformatie en reclame in brievenbussen verbieden, tenzij er vrijwillig een ‘Oui Pub’-sticker is geplakt.
Ten slotte heeft de derde wijziging tot doel de conclusies van een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitgevoerde studie over de status van producten, afvalstoffen, bijproducten en het einde van de afvalstatus in de regelgeving op te nemen. Met het oog op de ontwikkeling van de circulaire economie en de vermindering van de administratieve lasten voorziet de maatregel in de bevoegdheid van de regering om bepaalde afvalverwerkingsinstallaties die door hun terugwinningsactiviteiten afvalstoffen terugbrengen tot de status van product of, preciezer gezegd, tot de status van 'einde-afvalstatus’, vrij te stellen van milieuvergunningen of -verklaringen.
9. Afvalbeheer houdt vooral meer preventie van afvalproductie in. Alleen door de bron van de distributie van goederen aan te pakken, kunnen we afvalproductie verminderen. Dit is het doel van de huidige wijziging van de Afvalverordening van 14 juni 2012 (hierna ‘ODE’ genoemd).
Door onverkocht voedsel te doneren, kunnen we voorkomen dat het wordt verspild en weggegooid, terwijl we tegelijkertijd de meest kansarmen helpen.
Door het mogelijk te maken om publicaties in de brievenbussen van Brusselaars te verspreiden, voorkomen we dat ze rechtstreeks in de vuilnisbak belanden.
Om bedrijven in staat te stellen zich in lijn met de circulaire economie te ontwikkelen, is het bovendien essentieel om administratieve procedures voor hen eenvoudiger te maken. Zo zouden bedrijven die terugwinningsprocessen ontwikkelen om afval in een nieuw product om te zetten, in bepaalde, door de overheid gedefinieerde gevallen, vrijgesteld moeten worden van het aanvragen van een milieuvergunning.
Als we rekening houden met de uitstoot die wordt gegenereerd in de hele productcyclus (productie, verwerking, distributie, enz.), is voedselverspilling tegenwoordig goed voor 24 % tot 37 % van de wereldwijde broeikasgasvoetafdruk van voedsel (FAO, geen datum). Als voedselverspilling een land zou zijn, zou het de op twee na grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld zijn.
Voedselverspilling leidt tot het verlies van meer dan een derde van onze voedselvoorraad en draagt aanzienlijk bij aan klimaatverandering. Voedselverspilling is daarom een groot probleem.
De voedselhulpsector is ondertussen sterk afhankelijk van onverkocht voedsel en kan niet aan de groeiende vraag naar voedsel voldoen. Zo zijn volgens de Federatie van Sociale Diensten alleen al in de Brusselse regio bijna 70.000 mensen afhankelijk van voedselhulp.
Het vermogen verbeteren van verenigingen die actief zijn op het gebied van voedselhulp om onverkocht voedsel op te vangen, biedt geen oplossing voor de armoedesituaties die mensen ertoe dwingen om voedselhulp te vragen. Zolang de behoeften er zijn, is het echter absoluut noodzakelijk om de voedselhulpsector te ondersteunen en de dagelijkse werkzaamheden te vergemakkelijken.
Deze wijziging van de Afvalverordening wordt daarom gedreven door de ambitie om afval aan het einde van de keten te verminderen om zo afvalproductie te voorkomen en tegelijkertijd de levering aan voedselhulporganisaties te verbeteren in het licht van solidariteit.
Het is ook een kans voor grote detailhandelaren om hun inzet voor solidariteit en het milieu te tonen.
Deze wijziging versterkt dus de maatregel die oorspronkelijk was opgenomen in de Afvalverordening, die alleen voedseldonaties en andere vormen van herverdeling voor menselijke consumptie aanmoedigde.
Het voorstel is om doelgerichte supermarkten te verplichten hun onverkochte voedsel te doneren aan liefdadigheidsinstellingen en andere door de overheid aangewezen instanties die dit onverkochte voedsel willen verwerken of consumeren om voedselverspilling tegen te gaan, op basis van prioriteiten. Daarom wordt voorgesteld om deze donaties bij voorrang toe te wijzen aan degenen die betrokken zijn bij de voedselhulpsector, vervolgens aan bedrijven en andere organisaties die onverkocht voedsel na verwerking aanbieden voor menselijke consumptie, en tot slot aan bedrijven en andere organisaties die onverkocht voedsel zonder verwerking aanbieden voor menselijke consumptie.
Bovendien respecteert deze maatregel de afvalhiërarchie die is vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG betreffende afval, waarin een rangorde is vastgelegd voor wetgeving en beleid op het gebied van afvalpreventie en -beheer. Dit hiërarchieconcept is de hoeksteen van het Europese afvalbeleid en de afvalwetgeving en het doel ervan is tweeledig:
— de negatieve gevolgen van afvalproductie en -beheer minimaliseren; en
— efficiënter gebruik maken van hulpmiddelen.
Deze afvalhiërarchie is omgezet in de Afvalverordening van 14 juni 2012, in artikel 6.
De tweede wijziging van de bovenvermelde verordening van 14 juni 2012 geeft de regering de bevoegdheid om bepaalde afvalverwerkingsinstallaties die door hun terugwinningsactiviteiten afvalstoffen terugbrengen naar de status van product of, preciezer gezegd, naar de status van 'einde-afvalstatus', vrij te stellen van milieuvergunningen of -verklaringen.
Deze wijziging van de ODE is nodig om vervolgens de Brudalex (Verordening van 1 december 2016 inzake afvalbeheer) te wijzigen door er de concrete procedures voor het toekennen van deze 'einde-afvalstatus’ aan toe te voegen, maar ook procedures voor hergebruik en bijproducten.
Daarnaast is het de bedoeling om niet-naleving van de artikelen 8 en 9 van het Afvalverordening, die betrekking hebben op het concept van bijproducten en de einde-afvalstatus, strafbaar te stellen om een hoog niveau van milieubescherming te waarborgen.
De derde wijziging van de Afvalverordening geeft de regering de bevoegdheid om de verspreiding te verbieden van publicaties die papier-, karton- of kunststofafval genereren en een probleem vormen voor de openbare netheid. Het geeft de regering de bevoegdheid om de voorwaarden van dit verbod te specificeren, het type en de kenmerken van de publicaties die onder dit verbod vallen te definiëren, evenals de methode en de plaats van de verspreiding of stopzetting ervan.
De bepaling maakt de weg vrij voor de uitvoering van een van de 60 maatregelen uit het regionale afval- en grondstoffenbeheerplan (MEN 2), de "Mogelijkheid om in de toekomst de verspreiding van reclame te verbieden tenzij er vrijwillig een ‘Oui pub’-sticker op de brievenbus is geplakt, en met bijzondere aandacht voor de verspreiding van reclame in appartementsgebouwen".
Ter herinnering, het verspreiden van gratis pers en reclame in brievenbussen is momenteel toegestaan door de verordening van 22 april 1999 betreffende de preventie en het beheer van afval van papier- en/of kartonproducten (‘Papierverordening’), behalve in het geval van het vrijwillig geplakte ‘Stop Pub’-sticker. Het voorontwerp geeft de regering de mogelijkheid om dit ‘Stop Pub’-systeem te handhaven, of om de logica ervan om te draaien: het verspreiden van vrije pers en gedrukte reclame in brievenbussen verbieden, behalve in het geval van een vrijwillig geplakte ‘Oui Pub’-sticker.
Het doel van ‘Oui Pub’ is om afval van publicaties te verminderen en te voorkomen dat afval ontstaat door overconsumptie als gevolg van overmatige reclame tegen te gaan. Indien nodig kan de regering gebruik maken van soortgelijke maatregelen die zijn ontwikkeld in het Waalse Gewest, Frankrijk, Amsterdam en Montreal.
Gezien de doelstellingen van het voorontwerp is deze toestemming opgenomen in de Afvalverordening en niet in de Papierverordening. Deze laatstgenoemde verordening is niet langer actueel en moet worden ingetrokken om uiteindelijk in overleg met de sector een nieuw hoofdstuk over papier/karton in de Brudalex op te nemen. Tot die tijd zal de toestemming om een "Oui Pub"-systeem in te voeren, die is vastgelegd in deze wijziging van de Afvalverordening, bestaan naast de toestemming om het ‘Stop Pub’-systeem in te voeren, zoals is vastgelegd in de Papierverordening, zodat het aan de regering wordt overgelaten om het juiste systeem te ontwerpen.
10. Verwijzingen naar basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu