Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1571
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0294/ES
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261571.NL
1. MSG 001 IND 2026 0294 ES NL 12-06-2026 ES NOTIF
2. Spain
3A. Subdirección General de Asuntos Industriales, Energéticos, de Transportes y Comunicaciones y
de Medio Ambiente.
Plaza del Marqués de Salamanca, 8,
28006. Madrid
Email: d83-189@maec.es
3B. Subdirección General de Regulación y Derechos de las Personas Consumidoras.
Calle Príncipe de Vergara, 54
28006. Madrid
Email: subdireccion.regulacion@consumo.gob.es
4. 2026/0294/ES - SERV - Diensten van de informatiemaatschappij
5. Voorontwerp van wet inzake duurzame consumptie.
6. Dynamische prijsstelling van producten en diensten.
Fossiele brandstoffen en vervoersdiensten op basis van fossiele brandstoffen.
7.
8. Het wetsontwerp wordt hierbij aangemeld in overeenstemming met de volgende bepalingen:
Artikel Eén. Wijziging van Wet nr. 3/1991 van 10 januari inzake oneerlijke concurrentie.
Wet 3/1991 van 10 januari betreffende oneerlijke concurrentie wordt als volgt gewijzigd:
(..)
Drie. Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
“Artikel 27. Andere misleidende praktijken.
Praktijken die als oneerlijk worden beschouwd omdat ze misleidend zijn, zijn onder meer die welke:
10. “Dit houdt in dat er gebruik wordt gemaakt van een dynamisch prijssysteem voor de verkoop van goederen of diensten die op een bepaalde datum worden geleverd of verstrekt, zonder de consument vooraf te informeren over het gebruik van een dergelijk systeem voor hetzelfde product op dezelfde datum, noch over de minimum- en maximumprijs waartegen het product of de dienst zal worden aangeboden, noch over de volledige prijsontwikkeling in de loop van de tijd vanaf het begin van de verkoop tot de datum van levering of verstrekking.”
Artikel twee. Wijziging van de geconsolideerde tekst van de Algemene Wet inzake de bescherming van consumenten en gebruikers en andere aanvullende wetten, vastgesteld bij Koninklijk Wetgevend Besluit 1/2007 van 16 november.
De geconsolideerde tekst van de Algemene Wet inzake de bescherming van consumenten en gebruikers en andere aanvullende wetten, vastgesteld bij Koninklijk Wetgevend Besluit 1/2007 van 16 november, wordt als volgt gewijzigd:
(...)
Zes. Er wordt een nieuw artikel 20b ingevoegd, dat als volgt luidt:
Artikel 20b. Beperking van de uiteindelijke prijsverhoging in situaties van urgentie, risico of behoefte van consumenten en gebruikers.
1. In situaties van urgentie, risico of behoefte van consumenten en gebruikers mogen er geen verhogingen plaatsvinden van de definitieve verkoopprijs van goederen en diensten die overeenkomstig dit artikel is vastgesteld. In dit verband wordt onder een definitieve prijsverhoging verstaan: elke prijs die hoger is dan de maximumprijs waartegen het goed of de dienst, of goederen of diensten van soortgelijke aard, is aangeboden gedurende de dertig dagen voorafgaand aan de onvoorziene situatie die aanleiding geeft tot de urgentie, het risico of de noodzaak.
Bij wijze van uitzondering geldt dat, indien de aangeboden maximumprijs vijftig procent hoger ligt dan de gemiddelde prijs die in de dertig dagen voorafgaand aan de onvoorziene situatie is aangeboden voor hetzelfde goed of dezelfde dienst, of voor goederen en diensten van vergelijkbare aard, de referentieprijs, overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid, gelijk is aan die gemiddelde prijs, verhoogd met vijftig procent.
De bepalingen van de voorgaande leden laten prijsstijgingen onverlet die het gevolg zijn van een aantoonbare stijging van de kosten voor het op de markt brengen van de goederen of diensten, of die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor marktdeelnemers om nieuwe goederen of diensten op de markt te brengen, waardoor de verstoring van vraag en aanbod als gevolg van de noodsituatie of de situatie van overmacht kan worden beperkt.
Voor diensten waarvan de prijzen een duidelijk seizoensgebonden karakter hebben, wordt de gemiddelde prijs van dezelfde periode van het voorgaande jaar, bijgewerkt overeenkomstig de consumentenprijsindex, als referentie genomen.
In het geval van diensten met gereglementeerde tarieven of prijzen, of die onderworpen zijn aan contracten tussen de exploitant en de overheidsdienst, aangezien deze niet vrij door de exploitant worden vastgesteld, wordt geacht te zijn voldaan aan de voorwaarde van geen prijsverhoging door de exploitant.
2. De bepalingen van het vorige lid zijn van toepassing nadat een gebied is uitgeroepen tot gebied dat ernstig is getroffen door een noodsituatie op het gebied van civiele bescherming, zoals geregeld in Wet 17/2015 van 9 juli betreffende het nationale systeem voor civiele bescherming. Bovendien zijn de bepalingen van het voorgaande artikel ook van toepassing in situaties waarin consumenten zich in een noodsituatie bevinden, risico lopen of in nood verkeren als gevolg van ongevallen, technische noodsituaties, overmacht of andere onvoorziene omstandigheden die niet aan de gebruikers kunnen worden toegeschreven en die de situatie verander
9. Richtlijnen (EU) 2024/825 en 2024/1799, die worden omgezet door deze Wet inzake duurzame consumptie, hebben onder meer tot doel om het reeds door de Europese Unie gevoerde beleid op het gebied van duurzaamheid en circulariteit verder te ontwikkelen en de consumenten beter te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken.
De opname van een maatregel ter beperking van de reclame voor producten en diensten die uitsluitend op fossiele brandstoffen draaien, is bedoeld om de inspanningen voor een duurzame energietransitie op consistente wijze te ondersteunen. Hoewel deze producten een belangrijke rol hebben gespeeld in de economische en sociale ontwikkeling, is het noodzakelijk om de manier waarop ze worden gepromoot te herzien, vooral in een context waarin schonere en efficiëntere alternatieven actief worden gepromoot. Deze maatregel is niet bedoeld om het gebruik ervan abrupt te ontmoedigen, maar juist om een geleidelijke verandering in de perceptie en in de consumptiekeuzes te stimuleren.
Bovendien heeft reclame een aanzienlijke invloed op de gewoonten en ambities van mensen. Het is dan ook logisch dat advertentieruimte een afspiegeling vormt van de milieuverbintenissen die in het kader van het overheidsbeleid worden aangegaan. Door bepaalde beperkingen op te leggen aan de promotie van emissie-intensieve producten wordt beoogd een klimaat te creëren dat gunstiger is voor de ontwikkeling van duurzame technologieën, zonder dat dit onevenredige gevolgen heeft voor de productieve sectoren of de keuzevrijheid van burgers. Het doel is dan ook om over te stappen op commerciële communicatie die beter aansluit op duurzaamheidsdoelstellingen.
Anderzijds wordt het ook noodzakelijk geacht om meer transparantie te bieden in het gebruik van systemen voor dynamische prijsstelling door bedrijven. Daartoe worden de Wet op oneerlijke mededinging en de Geconsolideerde tekst van de Algemene Wet ter verdediging van consumenten en gebruikers gewijzigd, zodat een consument bij gebruik van deze diensten kan weten wat de prijsklasse zal zijn die hij of zij zal moeten betalen op het moment van aankoop.
9a. Dit is de enige beschikbare maatregel om het beoogde doel te bereiken.
9b. De Richtlijnen (EU) 2024/1799 en 2024/825 moeten worden omgezet en er moeten maatregelen worden genomen om deze te versterken.
9c. Het doel is geweest om deze maatregel zo min mogelijk te laten uitrollen.
10. Verwijzingen naar de basisteksten: Er zijn geen basisteksten
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Ja
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu