Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 2390
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0458/BE
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20262390.NL
1. MSG 001 IND 2026 0458 BE NL 28-08-2026 BE NOTIF
2. Belgium
3A. FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid - Dienst Verbindingsbureau - BELNotif
NG III – 2de verdieping
Koning Albert II-laan, 16
B - 1000 Brussel
be.belnotif@economie.fgov.be
3B. Vlaamse Gemeenschap
Departement Cultuur, Jeugd en Media
Team Media en Film
4. 2026/0458/BE - SERV30 - Media
5. Ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de bescherming van minderjarigen bij tussenhandeldiensten die hun lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling kunnen aantasten
6. Dit ontwerp van decreet betreft de bescherming van minderjarigen, en voert een decretale leeftijdsnorm van dertien jaar in voor de toegang tot tussenhandelsdiensten die de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van minderjarigen kunnen aantasten
7.
8. Voorliggend ontwerp van decreet voert een toegangsbeperking in voor minderjarigen jonger dan 13 jaar ten aanzien van bepaalde tussenhandeldiensten die hun lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling kunnen aantasten.
De Vlaamse Regering stelt een limitatieve lijst vast van de tussenhandeldiensten waarop de leeftijdsgrens van toepassing is. De regeling is risicogebaseerd. Bij de samenstelling en actualisering van de lijst wordt rekening gehouden met de aard en specifieke kenmerken van de dienst, het beoogde of feitelijke gebruik, het bereik en de gebruikersbasis, de concrete risico’s voor minderjarigen en de beschermingsmaatregelen die de aanbieder heeft genomen. Daarbij wordt aangesloten bij de criteria die zijn ontwikkeld in de richtsnoeren van de Europese Commissie bij artikel 28 van de Digitaledienstenverordening.
Een vaststelling door de overeenkomstig de Digitaledienstenverordening bevoegde toezichthoudende autoriteit dat een dienst niet voldoet aan artikel 28, lid 1, kan aanleiding geven tot opname van die dienst op de lijst. Daarnaast kan de Vlaamse Regering voor de beoordeling van de risico’s rekening houden met onder meer rechterlijke uitspraken, wetenschappelijke studies en gemotiveerde adviezen van deskundigenorganisaties. De lijstprocedure vormt geen afzonderlijke handhavingsprocedure voor de Digitaledienstenverordening.
Het ontwerp stelt de toepasselijke leeftijdsnorm vast, maar beoogt geen afzonderlijk Vlaams stelsel van verplichtingen inzake leeftijdscontrole of leeftijdsverificatie naast de Digitaledienstenverordening in te voeren. De wijze waarop aanbieders de leeftijd van gebruikers controleren, blijft onderworpen aan het geharmoniseerde Europese kader, in het bijzonder artikel 28 van de Digitaledienstenverordening en de daarop gebaseerde richtsnoeren van de Europese Commissie. Die richtsnoeren stellen eisen inzake onder meer doeltreffendheid, proportionaliteit, privacy en gegevensminimalisatie en voorzien uitdrukkelijk in leeftijdsverificatie wanneer nationale regels een minimumleeftijd vaststellen voor bepaalde categorieën online sociale-mediadiensten.
Het toezicht op de naleving van de Digitaledienstenverordening blijft volledig georganiseerd overeenkomstig hoofdstuk IV van die verordening. Voor artikel 28 gelden de bevoegdheidsregels van artikel 56. Voor de aanvullende verplichtingen van de artikelen 34 en 35 ten aanzien van zeer grote onlineplatforms en zeer grote onlinezoekmachines blijft de Europese Commissie exclusief bevoegd.
Het ontwerp bevat daarnaast de noodzakelijke bepalingen inzake verwerking en beveiliging van persoonsgegevens in het kader van de opmaak van de lijst, met toepassing van Verordening (EU) 2016/679.
9. De maatregel beoogt minderjarigen jonger dan 13 jaar beter te beschermen tegen risico’s die zich bij bepaalde online tussenhandeldiensten voordoen. De Belgische Hoge Gezondheidsraad onderzocht in 2025 de effecten van scherm- en sociale-mediagebruik op basis van een multidisciplinaire literatuurstudie. De Raad benadrukt dat de effecten doorgaans mild tot matig en sterk contextafhankelijk zijn en dat digitale media ook voordelen kunnen bieden. Tegelijk identificeert hij concrete risico’s, waaronder slaapverstoring, problematisch gebruik, cyberpesten, grooming en blootstelling aan schadelijke inhoud, waarbij jonge kinderen bijzonder kwetsbaar zijn.
De keuze voor 13 jaar sluit aan bij dit deskundigenadvies. De meerderheid van de betrokken experten die een beperking ondersteunt, pleit voor een minimumleeftijd van 13 jaar voor niet-chatgerichte platformen, gevolgd door een geleidelijke toegang met ouderlijke begeleiding, mediawijsheid en toezicht.
De noodzaak van de maatregel wordt mede ingegeven door de feitelijke toegang van jonge kinderen tot sociale media. Hoewel de meeste platformen in hun gebruiksvoorwaarden een minimumleeftijd van 13 jaar hanteren, blijkt deze grens in de praktijk beperkt effectief. Uit Medianest Cijfers 2025 blijkt dat volgens 84% van de ouders hun kind een eerste eigen sociale-media-account aanmaakte vóór 13 jaar; de gemiddelde leeftijd bedroeg 10 jaar en 3 maanden.
De bestaande Europese regelgeving bevat reeds belangrijke verplichtingen ter bescherming van minderjarigen. Artikel 28 DSA verplicht voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms passende en evenredige beschermingsmaatregelen te nemen, maar stelt zelf geen uniforme minimumleeftijd voor toegang vast. Ook de Belgische leeftijd van 13 jaar in het kader van artikel 8 AVG vormt geen algemene toegangsgrens, maar betreft de mogelijkheid van een minderjarige om zelfstandig toestemming te geven voor de verwerking van persoonsgegevens. Het ontwerp creëert daarom een duidelijke wettelijke leeftijdsnorm.
Er is bewust niet gekozen voor een algemeen verbod op sociale media of voor een hogere leeftijdsgrens van 15 of 16 jaar. De toegangsbeperking geldt uitsluitend voor kinderen jonger dan 13 jaar en enkel voor diensten die op basis van hun concrete risico’s op een limitatieve lijst worden geplaatst. Een dienst die een voldoende veilige onlineomgeving biedt door passende beschermingsmaatregelen, wordt niet opgenomen of kan van de lijst worden verwijderd. Zo wordt vermeden dat diensten met uiteenlopende risicoprofielen op dezelfde wijze worden behandeld.
De maatregel maakt bovendien deel uit van een bredere aanpak met mediawijsheid, ouderlijke begeleiding, sensibilisering en handhaving. Tevens wordt rekening gehouden met de maximale harmonisatie door de DSA. Vlaanderen stelt de leeftijdsnorm vast, maar creëert geen afzonderlijk nationaal stelsel van technische of zorgvuldigheidsverplichtingen inzake leeftijdscontrole. De wijze waarop aanbieders leeftijdscontrole toepassen, blijft beheerst door artikel 28 DSA en de richtsnoeren van de Europese Commissie. Daardoor worden bijkomende nationale technische vereisten vermeden en wordt de impact op het grensoverschrijdend dienstenverkeer beperkt.
De maatregel streeft aldus een evenwicht na tussen de bescherming van de gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van jonge kinderen, hun recht op digitale participatie, de bescherming van persoonsgegevens en het vrije verkeer van diensten binnen de interne markt.
9a. De maatregel beoogt de gezondheid, veiligheid en lichamelijke, geestelijke en morele ontwikkeling van minderjarigen te beschermen tegen risico's die zich bij bepaalde online tussenhandeldiensten voordoen. Het betreft onder meer blootstelling aan schadelijke of leeftijdsongeschikte inhoud, cyberpesten, grooming, problematisch of verslavend gebruik, en ontwerpmechanismen die langdurig gebruik stimuleren.
De maatregel is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en deskundigenadvies. De Belgische Hoge Gezondheidsraad heeft in 2025 op basis van een multidisciplinaire literatuurstudie, gedeeltelijk volgens de GRADE-methodologie, de beschikbare wetenschappelijke kennis onderzocht. De Raad concludeert dat de effecten van scherm- en sociale-mediagebruik doorgaans mild tot matig en sterk contextafhankelijk zijn. De impact wordt mede bepaald door de inhoud, de architectuur van het platform, de gebruikscontext en individuele kenmerken. Tegelijk worden concrete risico's geïdentificeerd, waaronder cyberpesten, grooming, schadelijke inhoud, slaapverstoring en problematisch gebruik, waarbij jonge kinderen en adolescenten bijzonder kwetsbaar zijn.
Deze vaststellingen ondersteunen een gerichte in plaats van algemene maatregel. Het ontwerp legt geen toegangsbeperking op voor alle digitale of tussenhandeldiensten. Alleen diensten waarvan op basis van hun aard, kenmerken, gebruik, bereik en concrete risico's wordt vastgesteld dat zij de ontwikkeling van minderjarigen kunnen aantasten, kunnen op een limitatieve lijst worden geplaatst. Ook de bestaande beschermingsmaatregelen van de dienst worden daarbij betrokken. Een dienst die een voldoende veilige onlineomgeving biedt, wordt niet opgenomen of kan opnieuw van de lijst worden verwijderd.
Ook de keuze voor 13 jaar vindt steun in het deskundigenadvies. De meerderheid van betrokken experten ondersteunt meer bepaald een grens van 13 jaar voor niet-chatgerichte platformen, gevolgd door een begeleide en progressieve introductie.
De maatregel maakt ten slotte deel uit van een bredere aanpak met mediawijsheid, ouderlijke begeleiding, handhaving en digitale weerbaarheid. Daarmee wordt de doelstelling coherent en systematisch nagestreefd (Zie Actieplan Veilig Online).
9b. De maatregel kan het grensoverschrijdend aanbieden van online diensten beïnvloeden doordat aanbieders van diensten die op de lijst worden geplaatst rekening moeten houden met een leeftijdsgrens van 13 jaar voor de betrokken gebruikers. De beperking verhindert evenwel niet dat de diensten grensoverschrijdend worden aangeboden of worden gebruikt door personen van 13 jaar en ouder. Zij geldt bovendien uitsluitend voor een risicogebaseerd geselecteerde groep diensten.
Bestaande regelgeving biedt reeds belangrijke bescherming, maar legt zelf geen algemene minimumleeftijd van 13 jaar voor toegang tot dergelijke diensten vast. Artikel 28 van de Digitaledienstenverordening verplicht voor minderjarigen toegankelijke onlineplatforms passende en evenredige beschermingsmaatregelen te nemen. De Belgische leeftijd van 13 jaar in uitvoering van artikel 8 AVG betreft daarentegen de mogelijkheid zelfstandig toestemming te geven voor persoonsgegevensverwerking en vormt geen algemene toegangsgrens. De leeftijd van 13 jaar in de gebruiksvoorwaarden van veel platformen is voornamelijk een contractuele keuze.
De praktijk toont bovendien dat dergelijke contractuele grenzen beperkt effectief zijn. Uit Medianest Cijfers 2025 blijkt dat volgens 84% van de ouders hun kind een eerste eigen sociale-media-account aanmaakte vóór 13 jaar; de gemiddelde leeftijd bedroeg 10 jaar en 3 maanden. Ook de Hoge Gezondheidsraad stelt vast dat veel kinderen platformen ruim vóór 13 jaar gebruiken en dat de bestaande leeftijdscontrole ontoereikend is.
Minder beperkende maatregelen zijn onderzocht en blijven deel uitmaken van het beleid, waaronder mediawijsheid, sensibilisering, ouderlijke begeleiding en maatregelen gericht op veiliger platformontwerp. De Hoge Gezondheidsraad benadrukt zelf dat een leeftijdsbeperking niet als geïsoleerde maatregel mag worden beschouwd en pleit voor een combinatie van preventie, onderwijs, ondersteuning en platformverantwoordelijkheid. Tegelijk stellen de deskundigen die een leeftijdsgrens ondersteunen dat ouderlijke begeleiding en media-educatie alleen de ontwikkelingskwetsbaarheid bij vroege blootstelling niet volledig compenseren.
Om de beperking van de interne markt zo klein mogelijk te houden, werd niet gekozen voor een algemene toegangsbeperking tot sociale media, noch voor een hogere leeftijdsgrens van 15 of 16 jaar. De maatregel geldt slechts onder 13 jaar en uitsluitend voor diensten waarvoor de concrete risico's een toegangsbeperking rechtvaardigen. Daarmee wordt gekozen voor een gerichtere maatregel dan een uniforme beperking voor een volledige categorie online diensten.
9c. Bij de uitwerking van de maatregel is rekening gehouden met zowel het belang van de bescherming van minderjarigen als de mogelijke gevolgen voor digitale participatie en het grensoverschrijdend dienstenverkeer.
De wetenschappelijke evidentie rechtvaardigt daarbij geen algemene negatieve beoordeling van sociale media. De Hoge Gezondheidsraad benadrukt uitdrukkelijk dat de effecten doorgaans mild tot matig en contextafhankelijk zijn en dat digitale media ook voordelen kunnen bieden, waaronder sociale verbinding, leren, creativiteit en toegang tot informatie. De HGR waarschuwt daarom tegen een uniforme aanpak en wijst erop dat risico's verschillen naargelang platform, inhoud, context en ouderlijke ondersteuning.
Precies daarom is de ontworpen maatregel beperkt. Er geldt geen algemeen verbod voor sociale media of internetgebruik. De toegangsbeperking geldt uitsluitend voor kinderen jonger dan 13 jaar en voor diensten die na een concrete risicobeoordeling op een limitatieve lijst worden geplaatst. Indien een dienst voldoende beschermingsmaatregelen biedt, is opname op de lijst niet aangewezen of kan de dienst ervan worden verwijderd.
Ook de lasten voor aanbieders inzake leeftijdscontrole worden beperkt. Het ontwerp stelt de toepasselijke leeftijdsgrens vast, maar creëert geen afzonderlijk Vlaams stelsel van verplichtingen inzake leeftijdscontrole of leeftijdsverificatie. Daarmee wordt rekening gehouden met het beginsel van maximale harmonisatie waarop de Digitaledienstenverordening berust: voor aangelegenheden die door de DSA worden geharmoniseerd, worden geen aanvullende nationale verplichtingen aan aanbieders opgelegd.
De wijze waarop aanbieders de leeftijd van gebruikers controleren, blijft bijgevolg beheerst door het Europese kader, in het bijzonder artikel 28 van de DSA en de richtsnoeren van de Europese Commissie. Het ontwerp schrijft geen specifieke technische methode voor en verplicht niet tot het gebruik van een identiteitsdocument, eID, rijksregisternummer of ander specifiek identificatiemiddel. De Europese richtsnoeren vereisen dat leeftijdsgarantiemethoden onder meer accuraat, betrouwbaar, robuust, niet-intrusief en niet-discriminerend zijn.
De nationale maatregel beperkt zich aldus tot het vaststellen van de leeftijdsnorm en laat de technische en zorgvuldigheidsverplichtingen voor de uitvoering ervan binnen het geharmoniseerde Europese kader. Dit voorkomt bijkomende nationale technische vereisten en beperkt daarmee ook de potentiële belemmering van het grensoverschrijdend dienstenverkeer.
Gelet op deze beperkingen wordt de impact op het dienstenverkeer niet buitensporig geacht ten opzichte van het nagestreefde beschermingsdoel. De potentiële schade van niet-optreden bestaat erin dat jonge kinderen toegang blijven krijgen tot diensten waarvoor zij ontwikkelingsmatig bijzonder kwetsbaar zijn; de mogelijke marktbelemmering wordt daartegenover beperkt door de lage leeftijdsdrempel, de selectieve lijstbenadering, de dynamische beoordeling en de aansluiting bij bestaande Europese regels.
10. Nummers of titels van de basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu