Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1348
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0247/PL
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261348.NL
1. MSG 001 IND 2026 0247 PL NL 18-05-2026 PL NOTIF
2. Poland
3A. Ministerstwo Rozwoju i Technologii,
Departament Obrotu Towarami Wrażliwymi i Bezpieczeństwa Technicznego,
Plac Trzech Krzyży 3/5, 00-507 Warszawa,
tel.: (+48) 22 411 93 94, e-mail: notyfikacjaPL@mrit.gov.pl
3B. Departament Kolejnictwa, Ministerstwo Infrastruktury; ul. Chałubińskiego 4/6; 00-928 Warszawa, tel.: 22 630 13 00, e-mail: sekretariatDTK@mi.gov.pl
4. 2026/0247/PL - T30T - Spoorvervoer
5. Verordening van de minister van Infrastructuur van... 2026 tot wijziging van de Verordening betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en de locatie ervan dienen te voldoen
6. Op grond van de Wet Bouwrecht kan de minister, in overleg met de voor de bouw verantwoordelijke minister, bij verordening de vereiste technische voorwaarden voor andere bouwwerken vaststellen, met inbegrip van de technische voorwaarden met betrekking tot de locatie ervan.
7.
8. De aangebrachte wijzigingen bestaan in de eerste plaats uit het opnemen van de nieuwe formulering van artikel 7, lid 4, van de Wet Bouwrecht in de voorgestelde Verordening.
Ook gezien het feit dat de Verordening van de minister van Vervoer en de Maritieme Economie van 10 september 1998 betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en hun locatie moeten voldoen, al meer dan 20 jaar van kracht is en dat zich in die periode wijzigingen hebben voorgedaan met betrekking tot de technische oplossingen die worden toegepast op spoorwegconstructies en hun locatie, wordt de ontwerpverordening aangepast aan de huidige stand van de techniek op dit gebied. De huidige verordening bevat met name talrijke verwijzingen naar Poolse normen die inmiddels verouderd zijn of niet in het Pools zijn gepubliceerd, hetgeen in strijd is met de bepalingen van de wet van 12 september 2002 inzake normalisatie (Staatsblad [Dziennik Ustaw] van 2015, nr. 1483). In de ontwerpverordening is dit probleem weggenomen door alleen te verwijzen naar de huidige Poolse normen die in het Pools zijn gepubliceerd.
Een belangrijk probleem met de huidige verordening is de aanwezigheid van bepalingen die in wezen geen technische voorschriften vormen, en bepalingen die geacht worden het toepassingsgebied van de gedelegeerde wetgeving te overschrijden, alsmede bepalingen die specifieke verplichtingen opleggen aan aangewezen entiteiten, wat in beginsel een aangelegenheid van wetgeving is. Bovendien bevatten talrijke bepalingen van de huidige verordening vage formuleringen die veel ruimte voor interpretatie laten (bijv. de verwijzing naar ‘moeilijk begaanbaar terrein’). De voorgestelde Verordening is zodanig herschreven dat deze in overeenstemming is met de beginselen van de wetgevingstechniek.
Bovendien is, gezien de talrijke twijfels over de interpretatie van de bepalingen van de thans geldende verordening, bij het opstellen van nieuwe wetgeving rekening gehouden met bepaalde conclusies, eisen, voorstellen en twijfels die door de exploitanten van spoorweginfrastructuur, spoorwegondernemingen, administratieve instanties, organisaties en andere entiteiten bij het ministerie van Infrastructuur zijn ingediend.
Ter uitvoering van het in artikel 7, vierde lid, van de Wet Bouwrecht bedoelde richtsnoer bevat de ontwerpverordening bepalingen met betrekking tot het waarborgen van de toegankelijkheid voor personen met bijzondere behoeften. Uit artikel 87 van de ontwerpverordening volgt dat voorzieningen voor passagiersvervoer die onder de essentiële eisen voor de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem vallen, moeten worden ontworpen, gebouwd of gerenoveerd in overeenstemming met de technische eisen van de specificaties inzake de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem en met inachtneming van de eisen van de Toegankelijkheidswet.
9. De noodzaak voor de minister van Infrastructuur om een nieuwe verordening uit te vaardigen betreffende de technische eisen waaraan spoorwegconstructies en de locatie daarvan moeten voldoen, vloeit voort uit de toevoeging van lid 4 aan artikel 7 van de Wet van 7 juli 1994 – Bouwrecht (Staatsblad van 2026, punt 524, zoals gewijzigd), hierna de ‘Wet Bouwrecht’ genoemd, op grond waarvan de bevoegde ministers bij de vaststelling van de technische voorschriften waaraan bouwwerken en hun locatie moeten voldoen, onder meer rekening moeten houden met de behoeften van personen met bijzondere behoeften, zoals bedoeld in de Wet van 19 juli 2019 inzake de waarborging van de toegankelijkheid voor personen met bijzondere behoeften (Staatsblad van 2024, punt 1411), hierna de ‘Toegankelijkheidswet’ genoemd.
Tegelijkertijd blijven, in overeenstemming met artikel 66 van de Toegankelijkheidswet, de bestaande uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van onder meer artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht van kracht tot de datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht, maar niet langer dan 84 maanden vanaf 20 september 2019.
In het licht van het bovenstaande blijft de Verordening van de minister van Vervoer en Maritieme Economie van 10 september 1998 betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en de locatie ervan moeten voldoen (Pools Staatsblad, punt 987, zoals gewijzigd) van kracht totdat op dit gebied een nieuwe verordening is vastgesteld, maar niet later dan 20 september 2026.
9a. De noodzaak voor de minister van Infrastructuur om een nieuwe verordening uit te vaardigen betreffende de technische eisen waaraan spoorwegconstructies en de locatie daarvan moeten voldoen, vloeit voort uit de toevoeging van lid 4 aan artikel 7 van de Wet van 7 juli 1994 – Bouwrecht (Staatsblad van 2026, punt 524, zoals gewijzigd), hierna de ‘Wet Bouwrecht’ genoemd, op grond waarvan de bevoegde ministers bij de vaststelling van de technische voorschriften waaraan bouwwerken en hun locatie moeten voldoen, onder meer rekening moeten houden met de behoeften van personen met bijzondere behoeften, zoals bedoeld in de Wet van 19 juli 2019 inzake de waarborging van de toegankelijkheid voor personen met bijzondere behoeften (Staatsblad van 2024, punt 1411), hierna de ‘Toegankelijkheidswet’ genoemd.
Tegelijkertijd blijven, in overeenstemming met artikel 66 van de Toegankelijkheidswet, de bestaande uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van onder meer artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht van kracht tot de datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht, maar niet langer dan 84 maanden vanaf 20 september 2019.
In het licht van het bovenstaande blijft de Verordening van de minister van Vervoer en Maritieme Economie van 10 september 1998 betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en de locatie ervan moeten voldoen (Pools Staatsblad, punt 987, zoals gewijzigd) van kracht totdat op dit gebied een nieuwe verordening is vastgesteld, maar niet later dan 20 september 2026.
9b. De noodzaak voor de minister van Infrastructuur om een nieuwe verordening uit te vaardigen betreffende de technische eisen waaraan spoorwegconstructies en de locatie daarvan moeten voldoen, vloeit voort uit de toevoeging van lid 4 aan artikel 7 van de Wet van 7 juli 1994 – Bouwrecht (Staatsblad van 2026, punt 524, zoals gewijzigd), hierna de ‘Wet Bouwrecht’ genoemd, op grond waarvan de bevoegde ministers bij de vaststelling van de technische voorschriften waaraan bouwwerken en hun locatie moeten voldoen, onder meer rekening moeten houden met de behoeften van personen met bijzondere behoeften, zoals bedoeld in de Wet van 19 juli 2019 inzake de waarborging van de toegankelijkheid voor personen met bijzondere behoeften (Staatsblad van 2024, punt 1411), hierna de ‘Toegankelijkheidswet’ genoemd.
Tegelijkertijd blijven, in overeenstemming met artikel 66 van de Toegankelijkheidswet, de bestaande uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van onder meer artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht van kracht tot de datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht, maar niet langer dan 84 maanden vanaf 20 september 2019.
In het licht van het bovenstaande blijft de Verordening van de minister van Vervoer en Maritieme Economie van 10 september 1998 betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en de locatie ervan moeten voldoen (Pools Staatsblad, punt 987, zoals gewijzigd) van kracht totdat op dit gebied een nieuwe verordening is vastgesteld, maar niet later dan 20 september 2026.
9c. De noodzaak voor de minister van Infrastructuur om een nieuwe verordening uit te vaardigen betreffende de technische eisen waaraan spoorwegconstructies en de locatie daarvan moeten voldoen, vloeit voort uit de toevoeging van lid 4 aan artikel 7 van de Wet van 7 juli 1994 – Bouwrecht (Staatsblad van 2026, punt 524, zoals gewijzigd), hierna de ‘Wet Bouwrecht’ genoemd, op grond waarvan de bevoegde ministers bij de vaststelling van de technische voorschriften waaraan bouwwerken en hun locatie moeten voldoen, onder meer rekening moeten houden met de behoeften van personen met bijzondere behoeften, zoals bedoeld in de Wet van 19 juli 2019 inzake de waarborging van de toegankelijkheid voor personen met bijzondere behoeften (Staatsblad van 2024, punt 1411), hierna de ‘Toegankelijkheidswet’ genoemd.
Tegelijkertijd blijven, in overeenstemming met artikel 66 van de Toegankelijkheidswet, de bestaande uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van onder meer artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht van kracht tot de datum van inwerkingtreding van de uitvoeringsverordeningen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 7, leden 2 en 3, van de Wet Bouwrecht, maar niet langer dan 84 maanden vanaf 20 september 2019.
In het licht van het bovenstaande blijft de Verordening van de minister van Vervoer en Maritieme Economie van 10 september 1998 betreffende de technische voorwaarden waaraan spoorwegconstructies en de locatie ervan moeten voldoen (Pools Staatsblad, punt 987, zoals gewijzigd) van kracht totdat op dit gebied een nieuwe verordening is vastgesteld, maar niet later dan 20 september 2026.
10. Verwijzingen naar de basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Ja
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu