Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2024) 1244
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2024/0253/NL
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20241244.NL
1. MSG 001 IND 2024 0253 NL NL 08-05-2024 NL NOTIF
2. Netherlands
3A. Ministerie van Financiën
Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer
3B. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat,
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
Afdeling Klimaat en Energie
4. 2024/0253/NL - N00E - Energiedragers
5. Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met
het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas
aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
6. Betreft een administratieve verplichting aan energieleveranciers tot het aanbieden van gas uit
hernieuwbare bronnen (groen gas) in de gasleveringen via het distibutiesysteem aan de
ETS2-afnemersgroep.
7.
8. Het voorstel van wet Bijmengverplichting groen gas behelst een administratieve verplichting voor in
Nederland gevestigde energieleveranciers om over een bepaald deel van hun gasleveringen aan
hun klanten behorend tot de ETS2-afnemersgroepen groen gas te leveren. Met het wetsvoorstel wordt de reeds bestaande Wet milieubeheer aangepast en wordt er in Artikel I, onderdeel B, een titel toegevoegd (titel 9.9) wat de voorgestelde bijmengverplichting groen gas behelst. De op grond van het ETS2 verplichte uit te brengen emissieverslagen dienen als basis voor de bepaling van de totale gasleveringen per kalenderjaar per energieleverancier. De Nederlandse emissieautoriteit bepaalt aan de hand van deze emissiverslagen - en ondersteunende informatie van de totale
gasleveringen aan de ETS1 afnemersgroepen - het marktaandeel van elke onder de verplichting
vallende energieleverancier in de totale gasleveringen aan de relevante afnemersgroepen. Voor
elk kalenderjaar - naar verwachting vanaf 1 januari 2026 en in ieder geval tot 1 januari 2030 - wordt
in lagere regelgeving een absoluut doel voor de levering van groen gas vastgesteld voor alle onder
verplichting vallende energieleveranciers tezamen, welke van 2026 tot 2031 exponentieel groeien
naar tot 3,8 Mton CO2-ketenemissiereductie in 2030. Deze verplichting wordt dus verdeeld over de
individuele energieleveranciers aan de hand van hun marktaandeel in de totale betreffende
gasleveringen. De verplichting krijgt vorm door een nieuw te introduceren verhandelbare eenheid:
de groengaseenheid. Eén groengaseenheid vertegenwoordigt een bijdrage aan de jaarverplichting
van één kg CO2 equivalent-ketenreductie. Het gaat hierbij om uitstoot in de gehele keten, dus de
productie, het vervoer, de distributie en het gebruik van de hernieuwbare energie.
De naar aanleiding van de inboeking van een hoeveelheid bijgemengd gas uit hernieuwbare bronnen bijgeschreven emissiereductie-eenheid vertegenwoordigt een hoeveelheid kilogram
kooldioxide-equivalent (kg CO2 eq) ketenuitstootbesparing. In een door de Nederlandse
Emissieauthoriteit nieuw op te zetten register kunnen de energieleveranciers een hoeveelheid
groen gas inboeken en deze omzetten naar groengaseenheden om aan hun verplichting te
voldoen. Het in te boeken groen gas zal vooralsnog overeen komen met het aantal garanties van
oorsprong die de energieleverancier heeft aangeschaft (afhankelijk van de praktische uitwerking
van de Uniedatabank).
In het voorgestelde artikel 9.9.4.1 Inboeken gas uit hernieuwbare bronnen worden de eisen gesteld aan het gas uit hernieuwbare bronnen dat voor inboeking in aanmerking komt en mee kan tellen in de nationale bijmengverplichting groen gas. Het gaat om gas uit hernieuwbare bronnen dat met een in Nederland gevestigde productie-installatie is geproduceerd, is ingevoed in het Nederlandse distributienet of transmissienet, in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar is geleverd aan afnemers en voldoet aan artikel de eisen die worden gesteld krachtens het artikel 9.9.4.2. Deze eisen betreffen de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Wat betreft de voorwaarde dat het groen gas in Nederland moet zijn geproduceerd om voor inboeking in aanmerking te komen is een tijdelijke maatregel. Dit wordt onderbouwd in de bijbehorende memorie van toelichting onder paragraaf 3.1 en wordt onder punt 9 van dit formulier toegelicht.
De eisen die krachtens het voorgestelde artikel 9.9.4.2 in onderliggende regelgeving zullen worden gesteld sluiten aan bij de eisen gesteld in de Richtlijn hernieuwbare energie. Dit staat verder toegelicht in de memorie van toelichting in paragraaf 2.4. Het gaat erom dat een groengasproducent dient te voldoen aan twee voorwaarden. Hij moet kunnen aantonen dat er een door de Europese Commissie (EC) erkend certificatieschema is toegevoegd voor de gebruikte biogrondstoffen, genaamd de Proof of Sustainability (PoS), en dat de producent gecertificeerd is conform de RED-criteria. Om deze reden is een bepaling van wederzijdse erkenning niet van toepassing.
De Nederlandse Emissieauthoriteit heeft verschillende instrumenten om de naleving van de
verplichting te handhaven. Dit betreft het opleggen van een last onder dwangsom, het opleggen
van een bestuurlijke boete, of overdragen aan de strafrechtketen.
Alleen groen gas dat voldoet aan de duurzaamheidseisen bedoeld in Richtlijn (EU) 2018/2001 en
eventuele nader vast te stelle duurzaamheidseisen worden toegestaan in de voorgestelde Wet
bijmengverplichting goren gas. Daarbij houdt de Nederlandse emissieautoriteit toezicht op de
certificering duurzaamheids- of broeikasgasemissiereductiecriteria. In het voorstel van wet is
tevens alleen groen gas dat is geproduceerd met een in Nederland gevestigde productie-installatie
en dat is ingevoed in het Nederlandse distributienet of transmissienet. De uitsluiting van in andere
landen geproduceerd groen gas is van tijdelijke aard. Er is een grondslag in het wetsvoorstel
opgenomen om dit in onderliggende regelgeving uit te bereiden.
Er is een mogelijkheid voor een gehele of gedeeltelijke ontheffing van de jaarverplichting
opgenomen in de vorm van een "buy-out" voor het geval de productie van groen gas achterblijft en
dit zal leiden tot ongewenste schaarste en prijsontwikkelingen.
9. Met deze maatregel wordt beoogd het gebruik van groen gas in Nederland te verhogen, alsmede
de productie van groen gas te stimuleren. Een gegarandeerde vraag zal voldoende vertrouwen
geven de noodakelijke investeringen te doen aan de aanbodzijde. Stimulering met enkel subsidies heeft tot onvoldoende resultaat geleid. Samen met de uitbereiding van ETS naar energieleveranciers, kan met deze maatregel een belangrijke verduurzamingsslag worden gemaakt en wordt een flinke broeikasgasemissiereductie bereikt. Daarmee dient de maatregel een algemeen doel; namelijk de bescherming van het milieu.
In de maatregel zal tijdelijk onderscheid worden gemaakt naar plaats van productie van het groen
gas. Alleen in Nederland geproduceerd groen gas kan meetellen bij het voldoen aan de
bijmengverplichting. Hiermee wordt de import vanuit andere lidstaten en daarmee de erkenning van in een andere lidstaat afgegeven garanties van oorsprong niet verboden. Groen gas wat in een
andere lidstaat is geproduceerd wordt toegestaan in de verplichting hernieuwbare energie voor
vervoer, om te voldoen aan de ETS verplichtingen en wanneer bedrijven het initiatief nemen om
verder te vergroenen. De tijdelijke uitsluiting van buitenlands geproduceerd groen gas in de
voorgestelde bijmengverplichting is noodzakelijk om de binnenlandse productie dusdanig te
stimuleren om tegemoet te komen aan de hoge ambities die de Europese Unie en de Nederlandse
regering hebben gesteld.
Deze tijdelijke beperking is getoetst aan artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van
Europese Unie (VWEU). Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moet de voorgestelde
maatregel passend en noodzakelijk zijn om het nagestreefde legitieme doel te bereiken en mag de
maatregel niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken. Dienaangaande blijkt uit vaste
rechtspraak dat nationale maatregelen die het handelsverkeer binnen de Europese Unie kunnen
belemmeren, met name kunnen worden gerechtvaardigd door dwingende eisen van
milieubescherming, zoals de eisen vastgelegd in de RED. Het gebruik van hernieuwbare
energiebronnen is bevorderlijk voor de bescherming van het milieu, omdat het bijdraagt aan de
vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het draagt bij tot de bescherming van de
gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, die behoren tot de redenen van
algemeen belang die worden genoemd in artikel 36 VWEU. Op grond van artikel 36 VWEU vormt
de bepaling van artikel 34 geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of
doorvoer, welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van onder andere de gezondheid
en het leven van personen, dieren of planten.
Wat het non-discriminatiebeginsel betreft, kunnen doelstellingen van milieubescherming nationale
maatregelen rechtvaardigen die de handel binnen de Europese Unie op grond van nationaliteit
kunnen belemmeren, mits deze maatregelen in verhouding staan tot het nagestreefde doel. Voor
de toepassing van de voorgestelde bijmengverplichting is de uitsluiting van geïmporteerd groen
gas noodzakelijk om de nationale productie van groen gas aanzienlijk te verhogen in plaats van de
bestaande productie van groen gas in de EU te herverdelen. De verhoogde nationale productie van
groen gas zal nodig zijn om de toenemende doelstellingen op het gebied van milieubescherming te
bereiken. Hiermee levert Nederland een maximale bijdrage aan de EU-doelstellingen, garandeert
het extra groengasproductie in plaats van een herverdeling van bestaande productie in de EU en
draagt het bij aan een versterkte, robuuste groengasmarkt.
Ten slotte mag de maatregel niet verder gaan dan nodig is om het doel te bereiken. De
verwachting is dat het uitsluiten van buitenlands geproduceerd groen gas een tijdelijke maatregel is
die nodig is om het groeipotentieel van de Nederlandse groen gas markt significant te benutten om
de nationale productie van groen gas op te schalen. De maatregel zal nauwlettend worden gevolgd
en periodiek worden geëvalueerd onder andere om te bepalen of de uitsluiting van buitenlands
geproduceerd groen gas nog steeds een noodzakelijk onderdeel is van de bijmengverplichting. Het
kabinet betrekt daarbij ook de ontwikkeling van de Europese groengasmarkt, het productievolume
en het productiekostprijsniveau in andere lidstaten, alsmede de beschikbaarheid van
stimuleringsinstrumenten en afzetmarkten in andere lidstaten. Wanneer op Europees niveau blijkt
dat er sprake is van een volwassen markt en een gelijk speelveld waarbij groen gas breed
gestimuleerd en verwaard wordt, kan de noodzaak tot deze beperking vervallen.
Extra informatie noodzakelijk voor beoordeling:
Het voorstel van wet Bijmengverplichting groen gas wordt tevens ingezet in het licht van het
behalen van het bindend algemeen streefcijfer van de Unie voor 2030 voor gebruik van
hernieuwbare energie zoals vastgelegd in artikel 3 van de Richtlijn (EU) 2018/2001 van het
Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van
energie uit hernieuwbare bronnen.
10. Nummers of titels van de basisteksten:
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect:
Het ontwerp is een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordeling.
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu