Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1522
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0281/FR
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261522.NL
1. MSG 001 IND 2026 0281 FR NL 08-06-2026 FR NOTIF
2. France
3A. Ministères économiques et financiers
Direction générale des entreprises
SCIDE/SQUALPI/PNRP
Bât. Sieyès -Teledoc 143
61, Bd Vincent Auriol
75703 PARIS Cedex 13
d9834.france@finances.gouv.fr
3B. Ministère de l'agriculture, de l'agro-alimentaire et de la souveraineté alimentaire
Direction générale de la performance économique et environnementale des entreprises
SCPE/SDC
3 rue Barbet de Jouy
75349 PARIS 07 SP
4. 2026/0281/FR - C60A - Etikettering
5. Verplichte etikettering van de oorsprong van vlees dat als ingrediënt in levensmiddelen wordt gebruikt.
6. Vlees van runderen, varkens, schapen, geiten en pluimveesoorten, met inbegrip van vleesbereidingen en separatorvlees, dat als ingrediënt wordt gebruikt in voorverpakte levensmiddelen.
7.
Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van levensmiddeleninformatie aan consumenten: artikelen 40, 43, 44 en 45
niet van toepassing
8. De maatregel heeft tot doel de vermelding van de herkomst van vlees van runderen, varkens, schapen, geiten en pluimveesoorten, met inbegrip van vleesbereidingen en separatorvlees, dat als ingrediënt wordt gebruikt in voorverpakte levensmiddelen, verplicht te stellen.
Met de maatregel wordt bepaald dat bedrijven bij voorkeur het land van oorsprong moeten vermelden van vlees dat als ingrediënt in levensmiddelen wordt gebruikt. Op grond van afwijkingen mogen zij zich echter beperken tot een aanduiding als “EU” of “niet-EU”, of zelfs “EU of niet-EU”.
Deze maatregel geldt niet voor producten die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een derde land worden vervaardigd of in de handel gebracht.
Deze maatregel blijft van kracht tot en met 31 december 2030.
9. Deze maatregel wordt genomen krachtens artikel 39 van de INCO-verordening. Deze verordening biedt lidstaten de mogelijkheid maatregelen vast te stellen waarbij verplichte etikettering wordt opgelegd voor specifieke typen of categorieën levensmiddelen, die om ten minste een van de volgende redenen gerechtvaardigd zijn: de bescherming van de volksgezondheid, de bescherming van de consument, de preventie van fraude of de preventie van oneerlijke concurrentie. Er moet ook bewijsmateriaal worden verstrekt waaruit blijkt dat de meeste consumenten significante waarde hechten aan de verstrekking van deze informatie. Deze maatregel, waarbij de verplichte vermelding van het land van oorsprong of de plaats van herkomst van levensmiddelen wordt opgelegd, mag alleen worden genomen als er een bewezen verband bestaat tussen bepaalde kwaliteiten van het levensmiddel en de oorsprong of herkomst ervan.
9a. Uit de volgende drie punten blijkt dat aan alle in artikel 39 van de INCO-verordening vereiste rechtvaardigingen wordt voldaan:
Het verband tussen de eigenschappen van vlees van Europese oorsprong en de herkomst ervan
In de leden II en III van het ontwerp-artikel wordt bepaald dat bedrijven bij voorkeur het land van oorsprong moeten vermelden van vlees dat als ingrediënt in levensmiddelen wordt gebruikt. Op grond van de bepalingen in het ontwerpartikel mogen zij zich evenwel beperken tot een aanduiding als “EU” of “niet-EU”, of zelfs “EU of niet-EU”. De enige echt verplichte eis die aan het artikel wordt gesteld, is dan ook dat het product moet worden ingedeeld in ten minste een van deze drie categorieën (“EU”, “niet-EU” of “EU of niet-EU”). Het bedrijf heeft dan de keuze het bij deze minimumeis te laten of het land van oorsprong te specificeren.
Sinds 1 januari 2006 is een reeks Europese verordeningen ingevoerd (het “hygiënepakket”) die de hele voedselvoorzieningsketen bestrijken, van de primaire productie tot de distributie aan de eindverbruiker. Er zijn twee verordeningen die specifiek betrekking hebben op veehouderijpraktijken en die strenge normen stellen voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong:
Verordening (EG) nr. 853/2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong geldt voor alle exploitanten van levensmiddelenbedrijven die levensmiddelen van dierlijke oorsprong hanteren of verwerken;
Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende onder meer voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn.
Daarnaast kunnen nog worden genoemd:
— Verordening (EG) nr. 1/2005 met voorschriften voor de bescherming van dieren tijdens het vervoer, waarbij maximale reistijden, verplichte rusttijden, precieze beladingsdichtheden en het bewaren van specifieke temperaturen verplicht worden gesteld;
— Verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden, op grond waarvan dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden moet worden bespaard;
— Verordening (EU) 2019/6 betreffende diergeneesmiddelen, die het toedienen van antibiotica ter bevordering van de groei of ter verhoging van de opbrengst verbiedt.
Deze Europese verordening stelt strenge eisen met betrekking tot de stofwisseling en fysiologie van het dier gedurende zijn hele leven tot aan de slacht, en de eigenschappen van het vlees tijdens de verwerking en bewerking.
Op grond van deze verordeningen valt niet te ontkennen dat producten van dierlijke oorsprong uit de Europese Unie onderscheidende kenmerken hebben gekregen ten opzichte van dezelfde producten uit derde landen.
Studies van onderzoekers van het INRAE (Institut National de Recherche Agronomique) bevestigen bijvoorbeeld dat het verminderen van stress bij de fok en de slacht van dieren een positief effect heeft op de kwaliteit van het vlees1.
De verwachtingen van Franse en Europese consumenten
Al meer dan tien jaar hebben tal van studies aangetoond dat consumenten in sterke mate verwachten dat de oorsprong van de ingrediënten in levensmiddelen op het etiket worden vermeld.
Zo bleek uit een enquête die in 2023 werd uitgevoerd door het onderzoeksbureau Appinio namens het Collectif En Vérité, een organisatie die campagne voert voor transparantie over de oorsprong van levensmiddelen2, dat 86 % van de consumenten het belangrijk vindt om bij een aankoop te beschikken over informatie over de oorsprong van producten.
Volgens de barometer 2025 over “Les Français, l’agriculture et l’alimentation” van Opinion Way geeft bijna 69 % van de respondenten aan meer te willen betalen voor een regionaal product of voor een 100 % Frans product3.
Ook de Europese consument hecht significante waarde aan de oorsprong van producten. Zie bijvoorbeeld de Eurobarometer van de EFSA van april 2025 over voedselveiligheid in de Europese Unie.
9b. Deze maatregel geldt niet voor producten die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een derde land worden vervaardigd of in de handel gebracht. De maatregel zal dan ook geen gevolgen hebben voor grensoverschrijdende diensten en handel.
De nationale of Europese regelgeving bevat momenteel geen algemene verplichting om de oorsprong te vermelden van landbouwproducten die als ingrediënt worden gebruikt in voorverpakte levensmiddelen.
Deze maatregel is de minst restrictieve manier om het gestelde doel te bereiken, aangezien de enige werkelijk verplichte eis is dat de exploitant ervoor moet zorgen dat levensmiddelen onder ten minste een van de volgende drie etiketteringscategorieën vallen: ‘EU’, ‘niet-EU’ of ‘EU of niet-EU’. Het bedrijf heeft dan de keuze het bij deze minimumeis te laten of het land van oorsprong te specificeren. Deze verplichting is derhalve zo beperkt mogelijk.
9c. Er is geen andere manier om het nagestreefde doel, namelijk het informeren van de consument, te bereiken. De gevolgen voor de handel met andere lidstaten zijn niet onevenredig in verhouding tot de doelstelling van transparantie en traceerbaarheid voor de consument. Oorsprongsetikettering beantwoordt aan de sterke behoefte van de Europese consument wat betreft de traceerbaarheid van vleesproducten. en draagt bij aan de ondersteuning en het herstel van het consumentenvertrouwen, vooral na voedselschandalen. Bovendien heeft de bepaling geen merkbare invloed op de handel voor wat betreft het overheersende aandeel van de intracommunautaire handel in de betrokken producten.
10. Referenties: er zijn geen referenties.
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Nee
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu