Bericht 002
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2020) 02352
Richtlijn (EU) 2015/1535
Vertaling van het bericht 001
Kennisgeving: 2020/0411/D
No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.
(MSG: 202002352.NL)
1. MSG 002 IND 2020 0411 D NL 30-06-2020 D NOTIF
2. D
3A. Bundesministerium für Wirtschaft und Energie, Referat E C 2, 11019 Berlin,
Tel.: 0049-30-2014-6392, E-Mail: infonorm@bmwi.bund.de
3B. Bundesministerium für Familie, Senioren, Frauen und Jugend, Referat 503, 10117 Berlin,
Tel.: 0049-30-18555-0 , E-Mail: poststelle@bmfsfj.bund.de
4. 2020/0411/D - SERV60
5. Ontwerp van een tweede wet tot wijziging van de jongerenbeschermingswet
6. Telemediadiensten
7. -
8. De ontwerpwet tot wijziging van de jongerenbeschermingswet regelt de volgende essentiële punten in de jongerenbeschermingswet:
a. Bevordering van transparantie en oriëntering,
- In de jongerenbeschermingswet wordt een uniform mediabegrip verankerd dat drager- en telemedia omvat, alsmede een basisnorm inzake de verspreiding van media die de ontwikkeling nadelig beïnvloeden (§ 1, lid 1a jongerenbeschermingswet).
- Bij het beoordelen van de nadelige beïnvloeding van de ontwikkeling en dus van de leeftijdsmarkering voorziet het ontwerp in de mogelijkheid om rekening te houden met de relevante interactierisico's die voortvloeien uit de media (§ 10b, zin 2 jongerenbeschermingswet). Tegelijkertijd krijgt het uitvoeringsniveau de mogelijkheid transparantie te creëren door middel van passende symbolen (§ 14, lid 2a jongerenbeschermingswet).
- De goedkeuring van beslissingen door een overeenkomstig het staatsverdrag inzake de bescherming van jongeren in de media erkende instelling van vrijwillige zelfcontrole door middel van de leeftijdsaanduiding van films en spelprogramma’s als markering conform de jongerenbeschermingswet wordt mogelijk gemaakt: § 14, lid 6a jongerenbeschermingswet.
- Het ontwerp voorziet in een regeling die de distributiebeperkingen van het staatsverdrag inzake de bescherming van jongeren in de media aanvult; volgens deze regeling moeten internetplatforms die films of games als eigen inhoud aanbieden in een totaalaanbod, deze voorzien van een duidelijke leeftijdsmarkering (§ 14a jongerenbeschermingswet).
b. Aanpassing van de indiceringspraktijk aan het digitale tijdperk,
- Het huidige Bondskeuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren zal blijven functioneren als keuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren binnen het Centraal bondsbureau voor de bescherming van kinderen en jongeren in de media, dat onlangs is aangewezen als autoriteit (§ 17a, lid 1 jongerenbeschermingswet).
- De procedures bij het keuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren worden versneld door de samenwerking met de Commissie voor bescherming van jongeren in de media procesversnellend in te richten (§ 21, lid 6, zin 2 jongerenbeschermingswet) en bepaalde internetklachteninstanties en inrichtingen voor zelfcontrole een eigen aanvraagrecht te verlenen (§ 21, lid 2 jongerenbeschermingswet).
- De opdracht voor media-pedagogische en openbare voorlichting over de uitspraken van het keuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren, is expliciet in de wet opgenomen (§ 17a, lid 2, punt 2 jongerenbeschermingswet).
- Het bijhouden van de lijst van media die schadelijk zijn voor jongeren wordt aangepast (§ 24 jongerenbeschermingswet).
Door § 15, lid 1a jongerenbeschermingswet wordt een leemte in de regelgeving gedicht die ontstaat wanneer telemedia die schadelijk zijn voor jongeren zodanig worden vertoond dat zij door kinderen of jongeren kunnen worden waargenomen.
c. Effectieve aanpak van interactierisico's,
- De beschermingsdoelen van de jongerenbeschermingswet (§ 10a) worden uitgebreid tot de bescherming van de persoonlijke integriteit van kinderen en jongeren die voortvloeien uit de grondwet, het EU-Handvest van de grondrechten en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (§ 10a, punt 3 jongerenbeschermingswet).
- Het ontwerp voorziet in de invoering van een verplichting voor internetdiensten die relevant zijn voor kinderen en jongeren om passende en effectieve structurele voorzorgsmaatregelen te nemen om de beschermingsdoelstellingen te waarborgen. De voorzorgsmaatregelen zijn bedoeld om structurele beschermings- en empowermentstructuren te creëren in sociale media en communicatieplatforms die relevant zijn voor kinderen en jongeren (§ 24a, lid 1 jongerenbeschermingswet).
- Het ontwerp bevat een catalogus van maatregelen die verschillende maatregelen voorschrijft voor de concretisering van de vereisten die passend kunnen zijn, rekening houdend met de respectieve technische bijzonderheden en gebruiksvoorwaarden van de aangeboden diensten of hun inhoudelijke en structurele vormgeving (§ 24a, lid 2 jongerenbeschermingswet).
- Overeenkomstig § 24a, lid 4, zin 4 jongerenbeschermingswet blijven § 2a en § 3 van de telemediawet en de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4-5-2016, blz.1; PB L 314 van 22-11-2016, blz. 72; PB L 127 van 23-5-2018, blz. 2) onverminderd van kracht.
- Het toezicht wordt uitgeoefend door het Bondskeuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren, dat als autoriteit wordt geherstructureerd tot Centraal bondsbureau voor bescherming van kinderen en jongeren in de media (§ 24b, lid 1 jongerenbeschermingswet). In eerste instantie is het doel om in een op dialoog gebaseerd toezichtproces te werken aan de verbetering van het aanbod (§ 24b, lid 3 jongerenbeschermingswet). Alleen als deze aanpak niet succesvol is, is het Centraal bondsbureau bevoegd om de passende voorzorgsmaatregelen onder dreiging van boetes te gelasten (§ 24b, lid 4 jongerenbeschermingswet).
d. Bevordering van de ontwikkeling van de bescherming van kinderen en jongeren in de media.
- Het beschermingsdoel van de jongerenbeschermingswet wordt uitgebreid met de bevordering van de oriëntatie voor kinderen, jongeren en gespecialiseerd verzorgend en pedagogisch personeel in het mediagebruik en de media-educatie (§ 10a, punt 4 jongerenbeschermingswet).
- Het Bondskeuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren wordt geherstructureerd tot Bondscentrale voor bescherming van kinderen en jongeren in de media en moet zorgen voor een continue uitwisseling tussen de actoren en voor verdere ontwikkeling van de bescherming van kinderen en jongeren in de media (§§ 17 en 17a jongerenbeschermingswet).
9. Het bestaande regelgevingssysteem voor de bescherming van kinderen en jongeren in de media is gebaseerd op fundamentele richtwaarden die zijn overeengekomen tussen de Bond en de deelstaatregeringen tijdens de conferentie van minister-presidenten op 8 maart 2002.
In de jongerenbeschermingswet is tot dusver enerzijds de distributie van films, film- en spelprogramma's op openbare dragers en op openbare filmevenementen geregeld, en anderzijds het opnemen van zowel dragers als telemedia in de lijst van media die schadelijk zijn voor jongeren door het Bondskeuringsbureau voor media die schadelijk zijn voor jongeren. De verspreiding van media in radio en telemedia in overeenstemming met de bescherming van minderjarigen is bovendien gereguleerd in het staatsverdrag inzake de bescherming van jongeren in de media.
Dit staat in contrast met een mediarealiteit die met betrekking tot de distributie van media-inhoud wordt gekenmerkt door convergentie, dat wil zeggen dat de distributiekanalen naar elkaar toe groeien en wat inhoud betreft nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn.
Naast het risico van confrontatie met constante media-inhoud - bijvoorbeeld van specifieke games of films - zijn door het gebruiksgedrag van kinderen en jongeren de eisen voor een functionerende rechtsbescherming van kinderen en jongeren in de media blijvend veranderd. Jongeren gebruiken internet al lang voornamelijk als communicatiemedium en om zelf gegenereerde inhoud te verspreiden. Kinderen en jongeren hebben het recht deel te nemen aan het informatie- en communicatiemedium dat het internet is.
De huidige opbouw van wettelijke kinder- en jongerenbescherming is nog niet ontworpen om deze deelname in de zin van risico-arme waarneming te ondersteunen en bedreigingen voor de persoonlijke integriteit van kinderen en jongeren - zoals cybermobbing of cybergrooming, d.w.z. het initiëren van seksuele contacten via internet - effectief tegen te gaan.
De jongerenbeschermingswet moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat de bescherming van kinderen en jongeren in de media actueel is.
10. Verwijzingen naar basisteksten: de jongerenbeschermingswet die op dit moment van toepassing is, is bekendgemaakt op de volgende website: https://www.gesetze-im-internet.de/juschg/
11. Nee
12. -
13. Nee
14. Nee
15. -
16. TBT-aspect
Nee – Het ontwerp heeft geen grote invloed op de internationale handel.
SPS-aspect
Nee – Het ontwerp is geen sanitaire of fytosanitaire maatregel.
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu