Bericht 901
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1285
Informatieprocedure EG - EVA
Kennisgeving: 2026/9007/NO
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261285.NL
1. MSG 901 IND 2026 9007 NO NL 08-05-2026 NO NOTIF
2. Norway
3A. Royal Ministry of Trade, Industry and Fisheries
Departement of Trade Policy
P.O. Box 8090, Dep
NO-0032 Oslo
Norway
3B. The Ministry of Children and Families
Department of Childhood, Youth and Familiy Affairs
P.O. Box 8036, Dep
0030 Oslo
Norway
The Ministry of Digitalisation and Public Governance
P.O. Box 8004, Dep
0030 Oslo
Norway
4. 2026/9007/NO - SERV60 - Internetdiensten
5. Wetsontwerp tot invoering van een leeftijdsgrens voor het gebruik van sociale media
6. Socialemediadiensten, diensten van de informatiemaatschappij.
7.
8. De ontwerpwet voert een leeftijdsgrens in voor het gebruik van sociale media in Noorwegen zodat kinderen pas vanaf 16 jaar toegang hebben tot sociale media.
Het doel van de wet is kinderen te beschermen tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van sociale media, zie artikel 2 van de effectbeoordeling over de risico’s die sociale media met zich meebrengen, evenals artikel 1 van de ontwerpwet.
Sociale media die onder de wet vallen, zijn diensten van de informatiemaatschappij waarmee gebruikers een profiel kunnen aanmaken en contact kunnen leggen met andere gebruikers en die door gebruikers geüploade inhoud opslaan en verspreiden zonder redactionele controle over de inhoud, zie de definitie van sociale media in artikel 3.2 van de effectbeoordeling en artikel 2 van de ontwerpwet.
Er worden verschillende vrijstellingen van de leeftijdsgrens overwogen, onder meer voor diensten die hoofdzakelijk computergames aanbieden, de aankoop en verkoop van goederen of diensten, gesloten groepen met betrekking tot onderwijs- en vrijetijdsactiviteiten enz. en digitale berichtendiensten, zie artikel 3.4 in de effectbeoordeling en artikel 2, lid 2 van de ontwerpwet. De vrijstellingen zullen worden meegenomen in het EER-raadplegingsproces.
Er worden twee alternatieve voorstellen ingediend voor de EER-raadpleging: één met en één zonder schadelijkheidsvoorwaarden. De ministeries overwegen of de leeftijdsgrens alleen moet worden toegepast op schadelijke sociale media, zie artikel 3.3 in de effectbeoordeling en artikel 2, lid 3 en artikel 4 van de ontwerpwet. Als de ministeries besluiten dat een schadelijkheidsvoorwaarde moet worden opgenomen, kan dit leiden tot wijzigingen in de uitzonderingen die zijn vastgelegd in artikel 2, lid 2, van de ontwerpwet omdat de noodzaak van dergelijke uitzonderingen dan mogelijk wordt verminderd.
De wet is van toepassing op socialemediadiensten die gericht zijn op de Noorse markt of die worden verleend door in Noorwegen gevestigde entiteiten, zie artikel 3.7 van de effectbeoordeling en artikel 3 van de ontwerpwet voor het geografische toepassingsgebied van de wet.
Er worden geen sancties voorgesteld tegen kinderen of ouders wegens niet-naleving van de leeftijdsgrens.
Er wordt van uitgegaan dat aanbieders van sociale media passende maatregelen nemen, waaronder een privacyvriendelijke oplossing voor leeftijdsverificatie die voldoet aan de EER-wetgeving om ervoor te zorgen dat de nationale leeftijdsgrens wordt nageleefd. Er wordt aangenomen dat de leeftijdsgrens via de wet op digitale diensten (DSA) kan worden gehandhaafd zodra deze wetgeving is opgenomen in de EER-overeenkomst en ten uitvoer is gelegd in het Noorse recht.
Er wordt voorgesteld dat nationale autoriteiten moeten bepalen welke sociale media, zoals gedefinieerd in de wet, moeten beschikken over een leeftijdsgrens krachtens de nationale wetgeving en toezicht hierop moeten houden, zie artikel 3.8 van de effectbeoordeling en artikel 5 van de ontwerpwet.
Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinnen en het ministerie van Digitalisering en Openbaar Bestuur is het voorstel in overeenstemming met de EER-wetgeving, zie artikel 4 van de effectbeoordeling.
9. Het doel van de wet is om kinderen te beschermen tegen de mogelijke schadelijke effecten van sociale media. Het behoort tot het beleid van de Noorse regering om kinderen online te beschermen, zie verslag nr. 32 aan het Storting (2024-2025) voor informatie over het beleid van de regering op dit gebied.
De ministeries zijn van mening dat de invoering van een leeftijdsgrens voor het gebruik van sociale media tot het jaar waarin het kind 16 wordt een passende, noodzakelijke en evenredige maatregel is en in overeenstemming is met de EER-wetgeving, zie artikel 4 van de effectbeoordeling.
9a. Geschikt
Het Noorse directoraat voor Volksgezondheid heeft nationale richtsnoeren opgesteld inzake schermadvies voor kinderen. Uit dit schermadvies blijkt dat kinderen onder de 18 jaar leeftijdsgrenzen moeten volgen en het gebruik van sociale media moeten beperken. Gezien de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van sociale media, zoals uiteengezet in artikel 2 van de effectbeoordeling, zijn de ministeries van mening dat schermadvies en andere educatieve maatregelen niet volstaan. Tegenwoordig hanteren veel platforms een leeftijdsgrens van 13 jaar. Aangezien zij echter weinig controle hebben over de werkelijke leeftijd van de gebruiker, is dit niet voldoende om kinderen te beschermen.
De ministeries zijn van mening dat de invoering van een nationale leeftijdsgrens voor het gebruik van sociale media een passende maatregel is om kinderen te beschermen tegen het risico dat sociale media met zich meebrengen. Dit geldt voor alle kinderen die onder de leeftijdsgrens vallen en vormt een nauwkeurigere en effectievere manier om kinderen te beschermen. Zodra de wet op digitale diensten ten uitvoer is gelegd in het Noorse recht, moeten de platforms de leeftijdsgrens waarborgen door middel van de voorschriften in de wet op digitale diensten. De ministeries zijn van mening dat dit kinderen voldoende bescherming biedt, ook al kunnen er technische middelen worden gebruikt om de leeftijdsgrens te omzeilen. De ministeries benadrukken dat een leeftijdsgrens op zich niet voldoende is om de rechten van alle kinderen op sociale media of het internet te waarborgen. Er wordt verwezen naar voornoemd verslag nr. 32 aan het Storting (2024-2025) over het beleid van de regering op dit gebied.
9b. Deze maatregel is noodzakelijk omdat andere, minder ingrijpende maatregelen ontoereikend zijn gebleken. De platformbedrijven hanteren tegenwoordig wel eigen leeftijdsgrenzen maar hun leeftijdscontroles zijn niet effectief genoeg. Informatie voor ouders, begeleiding op scholen en eisen aan de platforms om de omgeving voor kinderen te verbeteren, hebben niet kunnen voorkomen dat veel kinderen onder de aanbevolen leeftijd toch gebruikmaken van sociale media, zie artikel 2. De praktijk leert dat het voor kinderen en ouders moeilijk is om de druk te weerstaan om sociale media te gebruiken wanneer veel leeftijdsgenoten dat ook doen. Het schermgebruik is zeer omvangrijk en Noorse kinderen en jongeren behoren tot de koplopers wereldwijd wat betreft het gebruik van schermen, sociale media en digitale technologie.
De huidige situatie brengt een onaanvaardbaar groot risico met zich mee voor kinderen en jongeren en de staat heeft de plicht om hen hiertegen te beschermen. Er wordt verwezen naar artikel 2 van de effectbeoordeling over de risico’s die sociale media met zich meebrengen. De ministeries vinden het daarom belangrijk om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat alle kinderen veilig kunnen opgroeien in een digitale wereld. De kennis over de invloed van digitale technologie op kinderen ontwikkelt zich in hoog tempo maar blijft nog steeds achter bij de technologie die het dagelijks leven van kinderen kenmerkt. De ministeries achten het daarom wenselijk om een voorzorgsbenadering te hanteren zodat opgroeiende kinderen niet worden blootgesteld aan technologie die schadelijk kan zijn voor hen en hun ontwikkeling.
De invoering van een leeftijdsgrens biedt een duidelijk kader voor het gebruik van sociale media. De wet steunt ouders ook om het gebruik van sociale media door hun kinderen te beperken omdat er duidelijke grenzen worden vastgelegd die voor iedereen gelden. De ministeries achten het daarom noodzakelijk om een wettelijke leeftijdsgrens in te voeren om het risico van het gebruik van sociale media door kinderen en jongeren te verminderen.
9c. Om ervoor te zorgen dat de maatregel evenredig is, moeten de voordelen voor de bescherming van kinderen worden afgewogen tegen de nadelen voor zowel kinderen, ouders, platforms als anderen. De invoering van een leeftijdsgrens is in strijd met verschillende mensenrechten van kinderen, waaronder het recht op vrije meningsuiting en het recht op privacy. De ministeries hebben daarom benadrukt dat de wet niet verder mag gaan dan wat nodig is om kinderen te beschermen.
Ten eerste houdt dit verband met welke leeftijdsgrens moet worden vastgesteld: de leeftijdsgrens mag niet hoger worden vastgesteld dan nodig is om kinderen te beschermen. De leeftijdsgrens moet hoog genoeg zijn om ervoor te zorgen dat kinderen voldoende volwassen zijn om zichzelf te beschermen tegen de risico’s van sociale media. Er is weinig objectief bewijs om het juiste niveau van volwassenheid en ontwikkeling vast te stellen.
We hebben verschillende manieren overwogen om de leeftijdsgrens te bepalen, onder andere of toestemming van de ouders moet worden toegestaan. Dit brengt het risico met zich mee dat de leeftijdsgrens wordt omzeild en dat er druk op ouders komt te staan om kinderen die nog niet volwassen genoeg zijn toegang te geven tot sociale media omdat hun vrienden daar toegang toe hebben. We zijn daarom tot de conclusie gekomen dat een absolute leeftijdsgrens de doeltreffendste manier is om kinderen te beschermen.
Wij stellen voor de leeftijdsgrens vast te stellen op het jaar waarin het kind 16 jaar wordt. Dit betekent dat het gebruik van sociale media wordt uitgesteld tot het jaar waarin men aan de laatste graad van het middelbaar onderwijs begint. Tegen die tijd zijn kinderen over het algemeen rijper en beter toegerust om sociale media te gebruiken. Door de leeftijdsgrens vast te stellen op basis van het jaar waarin iemand 16 wordt, in plaats van de exacte geboortedatum, kan uitsluiting onder kinderen uit dezelfde leeftijdsgroep mogelijk worden verminderd.
Om verder te waarborgen dat de wet evenredig is, overwegen we een voorwaarde op te nemen dat de leeftijdsgrens alleen geldt voor schadelijke sociale media, zie artikel 3.3 van de effectbeoordeling. Dit kan ertoe bijdragen dat de maatregel geen betrekking heeft op sociale media met weinig of zeer weinig risico, zoals sociale media waar jongeren films en boeken aanbevelen. Daarnaast worden verschillende uitzonderingen op de leeftijdsgrens voorgesteld om ervoor te zorgen dat de maatregel niet verder gaat dan nodig is, zie artikel 3.4 van de effectbeoordeling.
De invoering van een leeftijdsgrens kan mogelijk leiden tot onbedoelde gevolgen, zoals een toename van het gebruik van niet-gereguleerde platforms of het omzeilen van leeftijdscontroles. De ministeries achten het echter zowel gepast als belangrijk om een leeftijdsgrens in te voeren en zijn van mening dat dit een normatief effect kan hebben. Eventuele nadelen van het invoeren van een leeftijdsgrens moeten ook worden afgewogen tegen het risico dat inherent is aan de huidige situatie en de ministeries zijn van mening dat het risico waaraan jongeren vandaag de dag worden blootgesteld, onhoudbaar is.
De ministeries gaan ervan uit dat de platforms de leeftijdsverificatie uitvoeren op een manier die de privacy waarborgt en verder in overeenstemming is met de EER-wetgeving en dat dit voor de platforms geen onredelijke last met zich meebrengt.
10. Verwijzingen naar de basisteksten: Er zijn geen basisteksten.
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Ja
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu