Bericht 001
Mededeling van de Commissie - TRIS/(2026) 1672
Richtlijn (EU) 2015/1535
Kennisgeving: 2026/0314/IT
Kennisgeving van een ontwerptekst van een lidstaat
Notification – Notification – Notifzierung – Нотификация – Oznámení – Notifikation – Γνωστοποίηση – Notificación – Teavitamine – Ilmoitus – Obavijest – Bejelentés – Notifica – Pranešimas – Paziņojums – Notifika – Kennisgeving – Zawiadomienie – Notificação – Notificare – Oznámenie – Obvestilo – Anmälan – Fógra a thabhairt
Does not open the delays - N'ouvre pas de délai - Kein Fristbeginn - Не се предвижда период на прекъсване - Nezahajuje prodlení - Fristerne indledes ikke - Καμμία έναρξη προθεσμίας - No abre el plazo - Viivituste perioodi ei avata - Määräaika ei ala tästä - Ne otvara razdoblje kašnjenja - Nem nyitja meg a késéseket - Non fa decorrere la mora - Atidėjimai nepradedami - Atlikšanas laikposms nesākas - Ma jiftaħx il-perijodi ta’ dewmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Nu deschide perioadele de stagnare - Nezačína oneskorenia - Ne uvaja zamud - Inleder ingen frist - Ní osclaíonn sé na moilleanna
MSG: 20261672.NL
1. MSG 001 IND 2026 0314 IT NL 24-06-2026 IT NOTIF
2. Italy
3A. Ministero delle Imprese e del Made in Italy
Dipartimento Mercato e Tutela Direzione Generale Consumatori e Mercato
Divisione II. Normativa tecnica - Sicurezza e conformità dei prodotti, qualità prodotti e servizi 00187
Roma - Via Molise, 2
3B. Ministero dell’ambiente e della Sicurezza energetica –
Direzione Generale Programmi e Incentivi Finanziari
Via Cristoforo Colombo n. 44 - 00147 ROMA
4. 2026/0314/IT - I20 - Drukapparatuur, gastoestellen en ketels
5. Ontwerpverordening tot bijwerking van Besluit nr. 186 van de minister van Milieu en de bescherming van land en zee van 7 november 2017, vastgesteld krachtens artikel 290, lid 4, van Wetsbesluit nr. 152 van 3 april 2006 – Verordening....
6. Warmtegeneratoren die gebruikmaken van vaste biomassabrandstoffen, waarvoor een milieucertificering geldt en die voldoen aan de UNI EN-normen die bij elke categorie horen, alsmede aan latere wijzigingen van die normen:
a) gesloten schoorstenen,
b) open haarden;
c) kachels...
7.
8. De voorgestelde wijziging van Besluit 186/2017 – Verordening inzake de eisen, procedures en bevoegdheden voor de afgifte van certificaten voor warmtegeneratoren die op vaste biomassabrandstoffen werken – heeft tot doel het regelgevingskader aan te passen aan de technologische ontwikkelingen in de sector, door nieuwe certificeringsgevallen in te voeren en de emissie- en energieprestatieklassen voor ketels en kachels bij te werken, zonder de inhoudelijke bepalingen van de bestaande verordening te wijzigen.
Deze verordening, bestaande uit vier artikelen en twee bijlagen, wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1 wordt lid 3 vervangen om de technische referentiewetgeving ook met betrekking tot hybride apparaten bij te werken.
In artikel 3 wordt het eerste lid uitgebreid zodat de verkregen certificering kan worden ingetrokken indien niet aan de eisen wordt voldaan of indien de generatoren zijn gewijzigd ten opzichte van de kenmerken waarover zij tijdens de testopstelling beschikten. Er wordt een nieuw artikel ingevoegd (artikel 3a – Gelijkwaardigheid van ter plaatse vervaardigde producten) om ter plaatse vervaardigde opslagkachels in te delen in de 5-sterrenklasse, overeenkomstig norm UNI EN 15544, aangezien zij momenteel niet onder het toepassingsgebied van Ministerieel Besluit nr. 186 van 7 november 2017 vallen.
Artikel 4, lid 1, wordt uitgebreid door toevoeging van subparagraaf (c), waarin wordt verwezen naar de “snelstartgids” voor handmatige generatoren, een beproefd hulpmiddel om de gebruiker te instrueren in het gebruik van de generator.
In bijlage 1, “Kwaliteitsklassen voor de certificering van warmtegeneratoren”, is de 5-sterrenklasse herzien door de waarden voor CO (mg/Nm³) en ŋ (%) aan te passen, en is een 6-sterrenklasse ingevoerd voor zowel ketels als kachels — met uitzondering van open haarden — terwijl een 7-sterrenklasse alleen voor ketels is ingevoerd.
In bijlage 2, “Testmethoden”, worden verwijzingen opgenomen naar de nieuwe technische normen waarin de in bijlage 1 vastgestelde methoden voor bemonstering, analyse en beoordeling van de emissies worden gedefinieerd.
9. Het algemene doel is prioriteit te geven aan de bescherming van de luchtkwaliteit in een van de sectoren met de grootste impact, namelijk de verwarming van woningen. De invoering van nieuwe emissieklassen voor warmtegeneratoren zal enerzijds de regio’s in staat stellen strengere regels voor het gebruik van warmtegeneratoren uit biomassa op te nemen in hun luchtkwaliteitsplannen en anderzijds nationale en regionale stimulansen te sturen in de richting van technologieën met een steeds geringere impact op het milieu. Naast het benutten van de beste technologieën die momenteel beschikbaar zijn, is de herziening van de verordening – waarbij nieuwe milieuklassen zijn opgenomen – bedoeld om een stimulans te bieden voor de marktintroductie van steeds geavanceerdere technologieën. Enkele jaren na de inwerkingtreding van het besluit is het regelgevings-, technologische en milieuklimaat immers veranderd, en heeft de in 2017 vastgestelde classificatie zich op de markt gevestigd. De technologiesector heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van emissiereductie.
Het ontwerpbesluit brengt voor de betrokkenen geen extra kosten met zich mee bovenop de kosten die reeds in de vorige wetgevingsmaatregel zijn vastgelegd. De specifieke regels en criteria voor de certificering van huishoudelijke houtgestookte biomassatoestellen blijven ongewijzigd; het besluit voegt slechts nieuwe klassen toe, waarvan het gebruik vrijwillig blijft en niet verplicht is voor fabrikanten noch voor consumenten.
In ieder geval zal dit naar verwachting een stimulans vormen voor de ontwikkeling van steeds geavanceerdere technologieën en tegelijkertijd leiden tot een afname van het gebruik van generatoren met een lage milieuklasse. Dit zou binnen enkele jaren kunnen leiden tot minder emissies van verontreinigende stoffen met een gunstig effect op de luchtkwaliteit voor de gemeenschap.
Voor wat betreft impact is elke haalbare optie zorgvuldig getoetst vanuit economisch, ecologisch en sociaal perspectief. De optie om niet in te grijpen zou negatieve gevolgen hebben voor elk van deze factoren. Hoewel de uitbreiding van de certificeringscategorieën geen extra kosten met zich meebrengt voor fabrikanten die besluiten certificering aan te vragen – aangezien er geen wijzigingen zijn aangebracht in de testprocedures – dreigt het niet-aannemen van de verordening het uitgebreide proces dat op nationaal niveau is gestart om de luchtkwaliteit te verbeteren, te ondermijnen.
Dit proces is ook gecommuniceerd en gemonitord door de Europese Commissie.
Vanuit sociaal en milieutechnisch oogpunt kan het initiatief alleen maar positieve effecten hebben, omdat het – door de invoering van efficiënter regionaal beleid te bevorderen op het gebied van huisverwarming met houtbiomassa (de belangrijkste bron van luchtverontreiniging, die goed is voor meer dan 50 % van de PM-uitstoot) – zal leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit en daarmee tot een betere bescherming van de volksgezondheid. Dit is ook in het licht van de strengere limieten die worden opgelegd door de nieuwe Europese richtlijn, die vanaf 2030 in werking zal treden.
9a. Het doel van de onderhavige maatregel is bij te dragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit, teneinde de in dit verband tegen Italië lopende inbreukprocedure af te ronden en, in bredere zin, te zorgen voor hogere normen op het gebied van milieu- en gezondheidsbescherming door de marktintroductie van steeds geavanceerdere technologieën voor woningverwarming te stimuleren.
De wijziging van de verordening is opgesteld met als doel de vervanging van verouderde verwarmingsinstallaties – die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de primaire uitstoot van fijnstof – te stimuleren door de invoering van nieuwe, beter presterende milieuklassen en strengere emissiegrenswaarden.
Maatregelen in de sector van de huishoudelijke houtverwarming – de belangrijkste bron van luchtverontreiniging, die goed is voor meer dan 50 % van de uitstoot van fijnstof – zullen leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit en daarmee tot een betere bescherming van de volksgezondheid.
9b. De regelgevingsmaatregel legt geen beperkingen op aan de interne markt of aan de grensoverschrijdende handel. De verordening houdt louter een aanpassing in van een systeem dat al bijna tien jaar van kracht is en dat fabrikanten van verwarmingsapparatuur voor huishoudelijk gebruik op basis van biomassaverbranding de mogelijkheid biedt om, op vrijwillige basis, hun producten te certificeren door de emissiekenmerken ervan te verifiëren. Het doel is om technologieën te ontwikkelen die steeds milieuvriendelijker worden en om degenen die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit – via hun luchtkwaliteitsplannen – in staat te stellen de vervanging van het bestaande bestand aan houtgestookte biomassaverwarmingsinstallaties voor huishoudelijke verwarming, die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de primaire uitstoot van fijnstof, aanzienlijk te versnellen door deze te vervangen door systemen van de nieuwste generatie.
Een emissiereductie in deze sector zorgt niet alleen voor een betere naleving van de EU-regelgeving inzake luchtkwaliteit, maar levert ook een aanzienlijke bijdrage aan de bescherming van de volksgezondheid, aangezien de verbranding van biomassa in de EU goed is voor meer dan 50 % van de primaire emissies van fijnstof. Gezien deze aanzienlijke bijdrage is de optie om niet in te grijpen negatief beoordeeld. Bovendien heeft de regulering door het handhaven van de vrijwillige certificeringsregeling geen beperkende of verstorende effecten op de markt. Er zijn dus geen alternatieven met een lagere milieu-impact waar geen rekening mee is gehouden.
9c. Hoewel het te beschermen belang, namelijk de volksgezondheid, het volkomen gerechtvaardigd zou hebben gemaakt om ingrijpende maatregelen en beperkingen op te leggen, legt het ontwerpdecreet geen beperkingen op en creëert het evenmin belemmeringen voor de markt. De nieuwe categorieën die zijn toegevoegd, maken het inderdaad mogelijk om producten te herkennen die vanuit milieuoogpunt het beste presteren, maar ze brengen geen wijzigingen aan in de bestaande procedures en laten de mogelijkheid open om te kiezen voor vrijwillige in plaats van verplichte certificering
10. Verwijzingen naar de basisteksten: 2016/0657/IT
De basisteksten zijn reeds toegezonden in het kader van een eerdere kennisgeving:
2016/0657/IT
11. Nee
12.
13. Nee
14. Nee
15. Ja
16.
TBT-aspect: Nee
SPS-aspect: Nee
**********
Europese Commissie
Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu